Getypte notulen van een vergadering (pagina 6).
Origineel
Getypte notulen van een vergadering (pagina 6). 6.
Prof. Sprenger merkt dan op, dat het dus voor spreker noodzakelijk is om ook nog uit andere bronnen geldbijdragen te krijgen.
De voorzitter antwoordt, dat de Commissie misschien kan bevorderen, dat het instituut van Prof. Sprenger in de toekomst zich beter materieel kan ontplooien.
Prof. Sprenger zegt voorts, dat het voor den Voorzitter van de Commissie van veel belang is, om het werk op de laboratoria eens van nabij beschouwd te hebben. Hierdoor kan men zich beter het werk en de moeilijkheden indenken. Spreker noodigt den voorzitter meteen uit, om een bezoek aan het instituut te Wageningen te brengen, welke uitnoodiging de voorzitter gaarne aanneemt.
Ir. Wind merkt op, dat de term "land- en tuinbouwproducten" in het ontwerp-Reglement niet geheel juist is, omdat hiertoe ook zuivel en de visch behooren. Het is beter te spreken over plantaardige producten.
De voorzitter antwoordt, dat het hem meer gewenscht voorkomt plantaardig er tusschen haakjes achter te zetten. "Land- en Tuinbouw" is een tè bekende uitdrukking om hier aan te tornen. Wij hebben immers ook een Inspecteur van den Landbouw, Inspecteur van den Tuinbouw, Land- en Tuinbouwconsulenten, enz.
Dr. van Dillewijn merkt vervolgens op, dat de eerste stap van de Commissie het opmaken van een inventaris van wetenschappelijk onderzoek, dus het opnemen wat er al zoo onderzocht wordt en welke de gebruikte analysemethoden bij het onderzoek zijn.
Een tweede stap van de Commissie zou kunnen zijn het vaststellen van wat er nog gedaan moet worden en welke onderzoekingen daarvan op de eerste plaats moeten gebeuren.
Spreker merkt op, dat er reeds veel onderzocht wordt, maar dat er nog zooveel hiaten bestaan. Dit is zoo jammer. Het zou zoo gewenscht zijn, om tot een soort georganiseerd werkplan Holland te komen.
De Deze pagina uit een verslag van een commissievergadering behandelt drie hoofdonderwerpen:
1. Financiering en zichtbaarheid: Prof. Sprenger (waarschijnlijk A.M. Sprenger, hoogleraar tuinbouwplantenteelt in Wageningen) benadrukt de noodzaak voor externe financiering voor zijn instituut en nodigt de voorzitter uit voor een werkbezoek om begrip te kweken voor de dagelijkse praktijk en problemen in het laboratorium.
2. Terminologie in het Reglement: Er ontstaat een discussie tussen Ir. Wind en de voorzitter over de reikwijdte van de term "land- en tuinbouwproducten". Wind stelt "plantaardige producten" voor om verwarring met zuivel en vis te voorkomen, maar de voorzitter houdt vast aan de traditionele benamingen vanwege de bestaande institutionele structuren.
3. Strategisch Onderzoeksplan: Dr. van Dillewijn stelt een methodische aanpak voor de commissie voor: eerst een inventarisatie van lopend onderzoek en methoden, gevolgd door een prioritering van ontbrekende kennisgebieden. Hij pleit voor een "georganiseerd werkplan Holland" om versnippering tegen te gaan. Het document dateert waarschijnlijk uit de periode 1930-1950, gezien het taalgebruik (zoals "gaarne", "den Voorzitter", "visch") en de genoemde personen. Prof. dr. ir. A.M. Sprenger was een centrale figuur in de landbouwwetenschappen in Wageningen. De discussie weerspiegelt de toenemende behoefte aan centrale coördinatie en planning van wetenschappelijk onderzoek in de Nederlandse landbouwsector. De genoemde commissie lijkt een adviserende of sturende rol te hebben in de verdeling van middelen en de koersbepaling van landbouwkundig onderzoek op nationaal niveau. Dr. C. van Dillewijn was eveneens een bekend landbouwkundige, gespecialiseerd in onder andere suikerrietonderzoek. De roep om een "werkplan Holland" wijst op een streven naar nationale efficiëntie in een tijd waarin wetenschappelijk onderzoek steeds belangrijker werd voor de economische ontwikkeling. A.M. Sprenger C. van Dillewijn