Getypte notulen/vergaderverslag (doorslag of origineel op schrijfmachine).
Origineel
Getypte notulen/vergaderverslag (doorslag of origineel op schrijfmachine). 5.
.Prof. Jansen vraagt, of de Commissie ook voor geld kan zorgen.
De voorzitter antwoordt, dat de Commissie niet direct geld kan geven, maar dat zij zeker goed kan meehelpen, om geld beschikbaar gesteld te krijgen.
Prof. Jansen vraagt, of voor elk object apart geld gevraagd moet worden.
De voorzitter antwoordt, dat het goed is twee begrootingen op te stellen, n.l. één voor vaste subsidies en één voor aparte onderwerpen.
Dr. 't Hoog vraagt, hoe de voorzitter het contact en samenwerking van de Commissie voorgesteld heeft. Spreker bedoelt samenwerking bij het Wetenschappelijk Onderzoek of samenwerking voor het aanboren van de financieele bronnen.
De voorzitter antwoordt, dat de Commissie veelzijdig moet werken, maar dat ook van verschillende kanten initiatief moet komen. Hoe zij overigens zal uitgroeien, moet nog afgewacht worden. Desgewenscht kan een subcommissie ingesteld worden, waaraan ook niet-leden toegevoegd kunnen worden.
Prof. Jansen vraagt of het niet gewenscht is nog een andere groep, n.l. de fabrikanten, in de Commissie op te nemen.
De voorzitter is van meening, dat men zich tot de onderzoekers moet beperken.
Dr. van Eekelen merkt hierbij op, dat het nog geen tijd is, om de fabrikanten er bij te nemen omdat onder hen nog niet voldoende eenheid is.
Prof. Sprenger vraagt, of zijn instituut te Wageningen nu een instituut van het T.N.O. moet worden, waarop de voorzitter ontkennend antwoordt.
Prof. Dit document is een verslaglegging van een discussie binnen een commissie die zich bezighoudt met de organisatie en financiering van wetenschappelijk onderzoek. De kernpunten zijn:
- Financiering: Er wordt onderscheid gemaakt tussen structurele financiering ("vaste subsidies") en projectmatige financiering ("aparte onderwerpen"). De commissie fungeert hierbij eerder als bemiddelaar dan als directe financier.
- Samenstelling: Er ontstaat een debat over de vraag of de industrie ("de fabrikanten") betrokken moet worden. De heersende mening (voorzitter en Dr. van Eekelen) is om de commissie vooralsnog te beperken tot onderzoekers, mede door een gebrek aan organisatiegraad binnen de industriesector op dat moment.
- Institutionele verhoudingen: Er is onduidelijkheid over de status van onderzoeksinstellingen (met name in Wageningen) ten opzichte van de overkoepelende T.N.O.-structuur. De tekst dateert waarschijnlijk uit de jaren '40 of vroege jaren '50, gezien de spelling en de genoemde personen. Prof. dr. B.C.P. Jansen was een bekende biochemicus en vitamine-expert. Dr. M. van Eekelen was directeur van het Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek (CIVO). Prof. ir. A.M. Sprenger was een sleutelfiguur in de tuinbouwsector in Wageningen.
Het overleg lijkt te gaan over de vroege vormgeving van de Voedingsorganisatie TNO of een aanverwante adviesraad. In deze periode werd de structuur van het toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek in Nederland (TNO, opgericht in 1932) verder uitgebouwd, waarbij de verhouding tussen de academische wereld (Wageningen), de overheid en het bedrijfsleven nog volop in beweging was. De aarzeling om fabrikanten toe te laten wijst op een fase waarin de wetenschappelijke onafhankelijkheid en de interne organisatie van de sector nog geprioriteerd werden. A.M. Sprenger B.C.P. Jansen M. van Eekelen