Getypte rapportpagina (waarschijnlijk uit een jaarverslag).
Origineel
Getypte rapportpagina (waarschijnlijk uit een jaarverslag). 3.
- Droge stof.
B. Kwaliteitsonderzoek.
1. Beoordeeling in rauwen toestand: uiterlijk, hardheid, al of niet gescheurd op doorsnede, vezeligheid.
2. Beoordeeling gekookten toestand: structuur, kleur, smaak, geur.
VIII. OVERIGE LANDBOUWPRODUCTEN.
Naarmate de behoefte daartoe zich doet gevoelen, wordt het onderzoek geleidelijk over andere landbouwproducten uitgebreid. Wortelen, mergkool, bieten, knollen, suikerbieten, boterzaad, cichorei en voederbieten behooren tot de producten, die reeds min of meer regelmatig worden onderzocht.
Een overzicht van het gedurende 1940 ingezonden aantal monsters en het aantal daarin verrichte chemische bepalingen, vindt men in onderstaande tabel.
| Aard der monsters | aantal monsters | aantal bepalingen |
|---|---|---|
| Aardappelen | 464 | 1329 |
| Gras | 1815 | 5553 |
| Gedroogd gras | 83 | 223 |
| Grashooi | 1060 | 3101 |
| Hooi van klaver en dgl. | 26 | 78 |
| Kuilvoer | 454 | 2671 |
| Bieten en loof | 1128 | 1281 |
| Stoppelknollen en loof | 961 | 1172 |
| Andere knol- en wortelgewassen | 32 | 68 |
| Groenvoedergewassen | 112 | 303 |
| Granen en peulvruchten | 92 | 216 |
| Stroo | 194 | 669 |
| Diversen | 258 | 912 |
| Totaal | 6679 | 17576 |
Het onderste deel bevat een tabel die de omvang van het werk in 1940 kwantificeert. Opvallend is de grote hoeveelheid monsters van "Gras" en "Grashooi", wat wijst op een sterke focus op de kwaliteit van veevoeder. De verhouding tussen het aantal monsters en het aantal chemische bepalingen (gemiddeld circa 2,6 bepalingen per monster) laat zien dat elk monster op meerdere chemische componenten werd getest. Dit document stamt uit 1940, het jaar waarin de Duitse bezetting van Nederland begon. In deze periode was de controle op landbouwproductie en voedselkwaliteit van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en de distributie (rantsoenering). Proefstations zoals de Rijkslandbouwproefstations speelden een sleutelrol in het optimaliseren van de opbrengst en het waarborgen van de voedingswaarde van zowel menselijke voeding als veevoeder. Het feit dat producten als "mergkool", "stoppelknollen" en "cichorei" expliciet worden genoemd, past in het tijdsbeeld van een landbouwsector die breed georiënteerd was op zelfvoorziening.