Getypte pagina uit een rapport of wetenschappelijk schrijven.
Origineel
Getypte pagina uit een rapport of wetenschappelijk schrijven. Onvermeld, maar de inhoud (verwijzingen naar de oorlog en weggevallen import) wijst op de periode van de Tweede Wereldoorlog (ca. 1940-1945). 3.
aan ook het Nederlandsch Instituut voor Volksvoeding zou kunnen
medewerken. Ik noem o.a. het volgende:
Een veel meer systematisch onderzoek dan tot nu toe mogelijk
was naar het vitaminegehalte, ook van de nieuwe, nog niet onder-
zochte vitamines, in producten van land- en tuinbouw. Zoo zijn
we bezig met het uitwerken van chemische methoden voor het be-
palen van nicotinezuur en van lactoflavine. Voor beide vitamines
bleken de in de literatuur tot nu toe aangegeven methodes niet
bevredigend. Van een quantitatief en ook qualitatief zoo belang-
rijk product als de aardappelen, zou in de eerste plaats noodig
zijn een systematisch onderzoek naar het vitamine $B_1$-gehalte
en het gedrag ervan bij koken (zie boven); verder naar het gehal-
te aan vitamine C en den invloed van het bewaren hierop. Het is
reeds bekend, dat het gehalte aan vitamine C groot is bij pas ge-
oogste aardappelen: 20 à 30 mg en nog wel meer per 100 gram aard-
appelen; door bewaren neemt het eerst snel af, daarna langza-
mer, tot op ± 10 mg of nog minder per 100 gr.. In een Engelsche
publicatie was vermeld, dat het vitamine C-gehalte weer belang-
rijk kon toenemen door de aardappelen eenige dagen op hooger tem-
peratuur te brengen, zoodat ze bijna gaan uitloopen. Wij hebben
deze proeven herhaald, echter met geheel negatief resultaat;
ook hebben we aardappelen bewaard onder koolzuur, echter zonder
gunstig gevolg. Toch lijkt het niet onmogelijk om te komen tot een
hooger vitamine C-gehalte van bewaarde aardappelen (misschien
door bewaren in het koelhuis, indien dit niet te groote kosten
medebrengt).
Hiervoor is echter systematisch onderzoek noodig. Dit is
te meer gewenscht, omdat de 100 millioen kg zuidvruchten, die
vóór den oorlog hier te lande werden geïmporteerd, nu bijna ge-
heel wegvallen.
(Dat gevaar voor ondervoeding met vitamine C niet denkbeel-
dig is, blijkt uit vitamine C-bepalingen in bloed, die we regel-
matig verrichten. Het gehalte neemt in de laatste weken sterk
af, tot bijna 0 toe).
Ook het onderzoek van het bewaren in koelhuizen, in silo's,
enz. van andere land- en tuinbouwproducten is van groot belang.
Nu deze producten vaak zooveel langer of op andere wijze bewaard
moeten worden dan vóór den oorlog, zijn deze onderzoekingen des
te meer gewenscht en urgent. Zoo hebben wij in ons Instituut reeds
gezien, dat muffe rogge niet alleen onsmakelijker is dan goed be-
waarde rogge, maar dat ze ook een veel geringere voedingswaarde
heeft.
Wat de nog onbekende vitamines betreft, zoo lijkt het me in
het bijzonder van belang een onderzoek naar de verschillende fac-
toren van het vitamine B-complex. Hierover wordt in het buiten-
land, vooral in Amerika, intensief gewerkt. Zelf heb ik daarover
een assistent laten werken, die echter een belangrijk deel van
zijn tijd aan het practicum van de studenten moest geven, zoodat
het niet te verwonderen is, dat dit onderzoek niet tot een defi-
nitief resultaat heeft gevoerd. We hebben echter belangrijke er-
varingen opgedaan, en de inrichting van het laboratorium is ge-
schikt voor een onderzoek veel meer in het groot op dit gebied.
Omdat we nog lang niet alle vitamines kennen en er voor ve-
le bekende vitamines geen chemische methodes voor quantitatieve
bepalingen bestaan, blijven systematisch opgezette dierproeven
noodig. Ik denk bijv. aan een onderzoek als door het Rowett In-
stitute is verricht over de voedingswaarde van conserven, waarbij
bleek, dat een voeding, die geheel uit conserven bestaat, in
staat is ratten geslachtenlang gezond te doen blijven.
Vooral nu het te verwachten is, dat in de toekomst onze voe-
ding wel belangrijk zal veranderen, zou het zeer gewenscht zijn om
na te gaan, in hoeverre tarwe vervangen kan worden door aardap-
pelen * Wetenschappelijke focus: Het document beschrijft de noodzaak voor uitgebreider onderzoek naar vitaminegehalten in basisvoedingsmiddelen. Er wordt specifiek ingegaan op het ontwikkelen van chemische analysemethoden voor nicotinezuur (B3) en lactoflavine (B2/riboflavine).
* De aardappel als cruciaal gewas: Er is veel aandacht voor de aardappel als bron van vitamine $B_1$ en C. De tekst beschrijft experimenten met opslagmethoden (temperatuurverhoging, koolzuur, koeling) om het vitamineverlies tijdens de wintermaanden te beperken.
* Medische urgentie: De auteur merkt op dat bloedonderzoek aantoont dat het vitamine C-gehalte bij de bevolking in de "laatste weken" sterk is afgenomen, wat wijst op een reëel risico op scheurbuik of andere gebreksziekten.
* Methodiek: Naast chemische analyse wordt gepleit voor dierproeven (ratten) om de voedingswaarde van geconserveerd voedsel over meerdere generaties te testen, naar voorbeeld van het Britse Rowett Institute. Dit document is geschreven tegen de achtergrond van de voedselschaarste in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de blokkades en de oorlogsvoering was de import van vitaminebronnen zoals zuidvruchten (citrusvruchten) volledig stilgevallen (100 miljoen kg per jaar). Wetenschappers verbonden aan instituten zoals het Nederlandsch Instituut voor Volksvoeding (opgericht in 1939) moesten naarstig op zoek naar alternatieven binnen de eigen landbouwproductie om de volksgezondheid op peil te houden. De suggestie aan het eind van de pagina om tarwe te vervangen door aardappelen is typerend voor de transitie naar een noodrantsoen dat gebaseerd was op lokaal beschikbare producten.