Pagina uit een reglement of statuten (artikel 4 t/m 12).
Origineel
Pagina uit een reglement of statuten (artikel 4 t/m 12). 5.
fruit en groenten door personeel van het Instituut;
4. het houden van voordrachten, zoowel over de verwerking zelf als over de teelt der voor verwerking bestemde vruchten;
5. het voeren van onpersoonlijke reclame voor het gebruik van de producten, waarover de werkzaamheden zich uitstrekken;
6. alle andere middelen, welke de verwerking van groenten en fruit kunnen bevorderen.
Artikel 4.
Het bestuur bestaat uit een door den met de zaken van den Landbouw belasten Minister, hierna te noemen Minister, te bepalen aantal leden, waaronder een voorzitter en een secretaris.
Artikel 5.
De voorzitter, de secretaris en de overige leden van het bestuur worden door den Minister benoemd, geschorst en ontslagen.
Artikel 6.
Onder het oppertoezicht van den Minister oefent de Directeur-Generaal van den Landbouw toezicht uit op de daden van het bestuur.
Artikel 7.
Het bestuur kan uit zijn midden een dagelijksch bestuur aanwijzen; deze aanwijzing behoeft de goedkeuring van den Minister.
Artikel 8.
1. Met de dagelijksche leiding der werkzaamheden is onder toezicht van het bestuur belast een Directeur, bijgestaan door een onder-Directeur; zij worden beiden door den Minister op voordracht van het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.
2. Voor de eerste maal treedt als Directeur op Professor Ingenieur A.M. Sprenger, wonende te Wageningen.
Artikel 9.
Het bestuur beheert de geldmiddelen en is rekenplichtig aan den Minister.
Artikel 10.
1. Het bestuur dient voor ieder kalenderjaar een ontwerp-begrooting van ontvangsten en uitgaven in bij den Minister.
2. De begrooting wordt door den Minister vastgesteld.
Artikel 11.
De benoodigde middelen worden verkregen uit:
a. bijdragen (geldelijke of in natura) van de zijde van officiëele lichamen, groente- en fruittelers en verwerkers van groenten en fruit of hunne organisaties;
b. opbrengst van verkochte producten;
c. toevallige baten.
Aan het geven van adviezen kan de verplichting worden verbonden geldelijk bij te dragen in de daaraan verbonden kosten, krachtens eene daartoe door het bestuur ontworpen regeling, welke de goedkeuring van den Minister behoeft.
Artikel 12.
Het bestuur doet zonder machtiging van den Minister geen andere Dit document betreft een reglementair kader voor een specifiek landbouwinstituut. De tekst legt de nadruk op een strikte hiërarchische structuur waarbij het Ministerie van Landbouw een verregaande controle uitoefent.
De kernpunten uit deze artikelen zijn:
* Bestuurlijke controle: De Minister bepaalt de omvang van het bestuur en benoemt, schorst of ontslaat alle bestuursleden (Art. 4 en 5). Ook het aanwijzen van een dagelijks bestuur behoeft ministeriële goedkeuring (Art. 7).
* Toezicht: Er is sprake van direct toezicht door de Directeur-Generaal van het Ministerie op de handelingen van het bestuur (Art. 6).
* Operationele leiding: De dagelijkse leiding ligt bij een Directeur en onder-Directeur, waarbij de eerste directeur expliciet wordt genoemd (Art. 8).
* Financiële verantwoording: Het instituut is volledig rekenplichtig aan de Minister. De begroting moet jaarlijks ter goedkeuring worden voorgelegd en wordt door de Minister vastgesteld (Art. 9 en 10).
* Inkomsten: De financiering is een mix van publieke en private middelen, waaronder bijdragen uit de sector (telers en verwerkers), verkoop van producten en betaalde adviesverlening (Art. 11). De tekst is geschreven in de oude "Marchant-spelling" (kenbaar aan woorden als dagelijksch, zoowel en het gebruik van de verbogen naamvallen zoals den Minister), wat wijst op een datering van vóór de spellingshervorming van 1947.
De specifieke vermelding van Professor Ingenieur A.M. Sprenger (1881-1958) uit Wageningen is cruciaal voor de context. Sprenger was een autoriteit op het gebied van de tuinbouw en hoogleraar aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Hij was de drijvende kracht achter de oprichting van het Instituut voor Bewaring en Verwerking van Tuinbouwproducten (IBVT) in 1936.
Dit document bevat vrijwel zeker de oprichtingsstatuten of het vroege reglement van het IBVT. Het instituut speelde een centrale rol in de professionalisering en wetenschappelijke ondersteuning van de Nederlandse groente- en fruitverwerkende industrie in de 20e eeuw. Het document illustreert hoe dergelijke semi-overheidsinstellingen in die tijd nauw verweven waren met het rijksbeleid.