Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 11 mei 1941. W. Taal (visventer). $N^o \ 72/20/1 \ M. 1941 \frac{15}{5}$
Scheveningen 11 Mei 41
Daar ik een oproep ontvangen heeft tot
betaling van mijn ventvergunning van mij
W Taal, en mijn Echtgenoote L Taal Pronk
wonende Ankerstr No 42 Scheveningen,
vraag ik beleefel om in lichtingen hoe en
wat ik daar bij aan moet. Want wij venten
hoofdzakelijk met haring. Want van 2 Augustus
tot en met heden heeft Maatschappelijk
hulpbetoon den ventvergunningen van mij
en mijn vrouw in haar bezit. Door den oorlog
wordt hier geen haring meer aangevoerd.
Want het ventjaar 40/41 hebben wij maar twee
maanden van onze vergunning gebruikgemaakt
hoogachtend
W Taal
Ankerstr. 42
Scheveningen In deze brief protesteert W. Taal, een haringventer uit Scheveningen, tegen een betalingsverzoek voor zijn ventvergunning. Hij voert hiervoor twee kernargumenten aan:
1. Gebrek aan handelswaar: Door de oorlogsomstandigheden (de Tweede Wereldoorlog) wordt er geen haring meer aangevoerd in Scheveningen, waardoor hij zijn vak niet kan uitoefenen.
2. Administratieve status: Hij geeft aan dat de vergunningen van hem en zijn vrouw al sinds augustus 1940 in het bezit zijn van de instantie "Maatschappelijk Hulpbetoon". Hij stelt dat ze in het afgelopen jaar slechts twee maanden daadwerkelijk hebben kunnen werken.
De brief is geschreven in een eenvoudige stijl met diverse taalfouten ("ontvangen heeft", "in lichtingen", "beleefel"), wat kenmerkend is voor de arbeidersklasse in die tijd. De brief dateert van een jaar na de Duitse inval in Nederland. De visserijsector in Scheveningen werd zwaar getroffen door de bezetting. De Noordzee was grotendeels verboden gebied voor vissersschepen vanwege mijnengevaar en de angst van de bezetter dat vissers naar Engeland zouden vluchten. Hierdoor ontstond een enorm tekort aan vis, met name haring, de belangrijkste bron van inkomsten voor de Scheveningse venters.
De verwijzing naar "Maatschappelijk Hulpbetoon" suggereert dat het gezin Taal waarschijnlijk een uitkering of steun ontving omdat zij door de oorlog werkeloos waren geworden. De Ankerstraat, waar de familie woonde, lag in het oude vissersdorp van Scheveningen, een gebied dat later in de oorlog voor een groot deel ontruimd en gesloopt zou worden voor de aanleg van de Atlantic Wall. Dit document illustreert de directe economische impact van de oorlog op de gewone burger. W. Taal