Officiële kennisgeving / doorslag van een brief.
Origineel
Officiële kennisgeving / doorslag van een brief. 4 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam). Den Heer C. de Vries, Orteliusstraat 94, p/a J. Hees, Amsterdam-West. extra
HG.
den Heer C.de Vries,
Orteliusstraat 94,
p/a J.Hees,
Amsterdam-West.
Wijk 26a.
77/10/3 M.
4 April 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 3 April jl. op de Cen-
trale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal van 1 kist rabarber.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35
lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die
markt voor de periode van Zaterdag 5 tot en met Vrijdag 18 April
a.s., terwijl ik aan den heer Regeeringscommissaris de vraag ter be-
oordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te
worden uitgesloten.
De Directeur, In deze brief wordt de heer C. de Vries op de hoogte gesteld van een directe strafmaatregel: een toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam. De reden hiervoor is een gerapporteerde diefstal van één kist rabarber op 3 april 1941.
De sanctie bestaat uit:
1. Een tijdelijke ontzegging van de toegang voor 14 dagen (van 5 t/m 18 april).
2. Een mogelijke verlenging van dit verbod voor langere termijn, waarover de Regeringscommissaris nog een besluit moet nemen.
Het document hanteert een strikt zakelijke en juridische toon, waarbij direct wordt verwezen naar de relevante artikelen uit het marktreglement. De brief is gedateerd op 4 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd een cruciaal punt voor de voedselvoorziening en distributie. Vanwege de oorlogsomstandigheden en de toenemende schaarste was er sprake van strenge reglementering en toezicht op goederenstromen.
Diefstal van voedselmiddelen, hoe klein de hoeveelheid ook lijkt (zoals een kist rabarber), werd in deze periode zeer zwaar opgenomen. De vermelding van de "Regeeringscommissaris" wijst op de gecentraliseerde controle door de bezetter en de gelijkgeschakelde overheid op vitale infrastructuur zoals de voedselmarkt. De Orteliusstraat in Amsterdam-West, waar de geadresseerde woonde, was een buurt waar veel marktkooplieden en arbeiders gevestigd waren. C. de Vries J. Hees
Samenvatting
In deze brief wordt de heer C. de Vries op de hoogte gesteld van een directe strafmaatregel: een toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam. De reden hiervoor is een gerapporteerde diefstal van één kist rabarber op 3 april 1941.
De sanctie bestaat uit:
1. Een tijdelijke ontzegging van de toegang voor 14 dagen (van 5 t/m 18 april).
2. Een mogelijke verlenging van dit verbod voor langere termijn, waarover de Regeringscommissaris nog een besluit moet nemen.
Het document hanteert een strikt zakelijke en juridische toon, waarbij direct wordt verwezen naar de relevante artikelen uit het marktreglement.
Historische Context
De brief is gedateerd op 4 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd een cruciaal punt voor de voedselvoorziening en distributie. Vanwege de oorlogsomstandigheden en de toenemende schaarste was er sprake van strenge reglementering en toezicht op goederenstromen.
Diefstal van voedselmiddelen, hoe klein de hoeveelheid ook lijkt (zoals een kist rabarber), werd in deze periode zeer zwaar opgenomen. De vermelding van de "Regeeringscommissaris" wijst op de gecentraliseerde controle door de bezetter en de gelijkgeschakelde overheid op vitale infrastructuur zoals de voedselmarkt. De Orteliusstraat in Amsterdam-West, waar de geadresseerde woonde, was een buurt waar veel marktkooplieden en arbeiders gevestigd waren.