Administratieve lijst van schulden.
Origineel
Administratieve lijst van schulden. 22 februari 1941 (hoofddatum), 13 maart 1941 (datum van opbergen). (Stempel bovenaan)
Nº 85/1/9 M. 1941 26/2
(Koptekst)
Schulden kramenhuurders
per 22 Februari 1941.
(Lijst)
S. Abram f 2.52 (onderstreept) Schuld vorige afrekening
J. Nayeroff 6.55- (onderstreept) 1.59
L. Brand 1.64 (onderstreept) 5.23
M v Gelder 3.42 (onderstreept) 2.44.
W v Rooijen 5.26 (onderstreept) 3.79
bijvoeg. 0.17
M Schelvis 1.17 (onderstreept) 1.77
L. Jansen 6.32 (onderstreept) 3.11.
J Smijbloed 1.20 (onderstreept) 1.20
W. Rooijen 3.44 (onderstreept) 2.36.
L. Schelvis 7.40 (onderstreept) 5.66
P Vos 4.37. (onderstreept) 1.16
(Linksonder, schuin geschreven)
Opbergen
13-3-41
(onleesbare paraaf, mogelijk de Boer)
(Rechtsonder)
Inspecteur (met handtekening/streep) Het document is een overzicht van achterstallige betalingen van marktkraamhuurders in Amsterdam (gezien de namen en het type administratie). Het dateert van februari 1941, een bewogen maand in de Nederlandse geschiedenis. De namen op de lijst (zoals S. Abram, Nayeroff, Brand, Van Gelder en Schelvis) wijzen er sterk op dat een groot deel van deze kooplieden van Joodse afkomst was.
De lijst vergelijkt de huidige schuld (onderstreept in groen) met de "schuld vorige afrekening". Het feit dat dit een officieel document is, ondertekend door een inspecteur, toont de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de marktadministratie werd gevoerd, zelfs tijdens de bezetting. De aantekening "Opbergen 13-3-41" laat zien dat de administratieve verwerking ongeveer drie weken na de peildatum werd afgerond. De datum van deze lijst, 22 februari 1941, is zeer significant. Dit was slechts drie dagen voor het uitbreken van de Februaristaking in Amsterdam, die begon als protest tegen de eerste grote razzia's op Joodse mannen in de stad.
Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden. Kort na deze datum werden Joodse kooplieden volledig geweerd van de reguliere markten en gedwongen om op speciale "Joodse markten" te staan (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspereiland). Veel van de namen op deze lijst komen voor in de archieven van de Joodse Raad of de kampadministraties van Westerbork, wat de tragische context van deze ogenschijnlijk simpele administratieve lijst benadrukt. Het document is een stille getuige van het dagelijks leven en de financiële worstelingen van kooplieden aan de vooravond van een grote escalatie van de Jodenvervolging. J. Nayeroff L. Brand L. Jansen L. Schelvis S. Abram W. Rooijen