Officiële brief/aanmaning.
Origineel
Officiële brief/aanmaning. 15 april 1941. [Linksvenster: Wapen van Amsterdam]
Telefoon 85151
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
Aan :
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
No: 85/10/1 M.
Bijlagen:
Datum: 15 April 1941.
Onderwerp:
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 5 April jl. ter zake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van ƒ [leeg] aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen 3 dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleen-de vergunning in te trekken.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een formele aanmaning voor het betalen van marktgelden (staangeld voor kramen). De ontvanger heeft op 5 april 1941 kramen geplaatst maar de bijbehorende kosten nog niet voldaan.
* Sanctie: De toon is dwingend. Er wordt een uiterste termijn van slechts drie dagen gesteld. Indien er niet wordt betaald, dreigt de directeur van het Marktwezen met het intrekken van de marktvergunning via het Gemeentebestuur.
* Opmerkingen bij het fysieke document:
* Het bedrag achter het guldenteken (ƒ) is op dit specifieke exemplaar niet ingevuld of weggevallen, wat erop kan wijzen dat dit een doorslag of een standaardmodel betreft.
* Er is een verticaal watermerk of druk van het woord "BOND" zichtbaar op de achtergrond.
* De typografie is een combinatie van drukwerk (het briefhoofd) en een typemachine (de specifieke invulling en de tekst van de aanmaning). Dit document stamt uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een puur administratief en civiel karakter heeft (invordering van marktgeld), illustreert het de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting.
De locatie "Jan van Galenstraat 14" verwijst naar het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, dat in 1934 werd geopend. Voor marktkooplieden was het behoud van hun vergunning in oorlogstijd essentieel voor hun levensonderhoud, zeker gezien de toenemende schaarste en de invoer van de distributiebonnen. Een dreigement om de vergunning in te trekken was dan ook een zeer zware sanctie. De korte betaaltermijn van drie dagen duidt op een streng incassobeleid door de gemeente Amsterdam in deze periode. A.Z. Model M. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een formele aanmaning voor het betalen van marktgelden (staangeld voor kramen). De ontvanger heeft op 5 april 1941 kramen geplaatst maar de bijbehorende kosten nog niet voldaan.
- Sanctie: De toon is dwingend. Er wordt een uiterste termijn van slechts drie dagen gesteld. Indien er niet wordt betaald, dreigt de directeur van het Marktwezen met het intrekken van de marktvergunning via het Gemeentebestuur.
- Opmerkingen bij het fysieke document:
- Het bedrag achter het guldenteken (ƒ) is op dit specifieke exemplaar niet ingevuld of weggevallen, wat erop kan wijzen dat dit een doorslag of een standaardmodel betreft.
- Er is een verticaal watermerk of druk van het woord "BOND" zichtbaar op de achtergrond.
- De typografie is een combinatie van drukwerk (het briefhoofd) en een typemachine (de specifieke invulling en de tekst van de aanmaning).
Historische Context
Dit document stamt uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een puur administratief en civiel karakter heeft (invordering van marktgeld), illustreert het de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting.
De locatie "Jan van Galenstraat 14" verwijst naar het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, dat in 1934 werd geopend. Voor marktkooplieden was het behoud van hun vergunning in oorlogstijd essentieel voor hun levensonderhoud, zeker gezien de toenemende schaarste en de invoer van de distributiebonnen. Een dreigement om de vergunning in te trekken was dan ook een zeer zware sanctie. De korte betaaltermijn van drie dagen duidt op een streng incassobeleid door de gemeente Amsterdam in deze periode.