Zakelijke correspondentie (slot van een brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (slot van een brief). 31 januari 1941 (gebaseerd op de administratieve aantekening). J. Trapman, Bilthoven. [Pagina-nummering bovenaan:]
3
[Hoofdtekst:]
met deze zeer slechte markt-
dagen, moeten alle zeilen bij
gezet worden, om zelv maar
staande te blijven en de zeer
korte dagen, zoo dat Wij niets
geen medewerking kunnen
missen
Hoogachtend
u. d. W. D. [uw dienstwillige dienaar]
J Trapman
[Links onderaan:]
P/s Postzegel voor antwoord
ingesloten
[Stempel:]
J. TRAPMAN
Brandenburgerweg 16
BILTHOVEN.
[Aantekening in potlood, linksonder:]
Postzegel à 7½ c.
gedeponeerd in kas.
31/1 - '41 [gevolgd door paraaf] * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, enigszins plechtige toon die typerend is voor het zakelijke verkeer uit het midden van de 20e eeuw (bijv. de afsluiting "u. d. W. D."). Het taalgebruik is beeldend; de uitdrukking "alle zeilen bijzetten" onderstreept de noodzaak tot maximale inspanning.
* Economische situatie: De afzender beklaagt zich over de "zeer slechte marktdagen". De tekst suggereert een precaire economische positie waarbij men moeite heeft om "staande te blijven" (het hoofd boven water te houden).
* Administratieve praktijk: De toevoeging van een postzegel voor het antwoord was in die tijd een gebruikelijke beleefdheid bij verzoeken om medewerking, om de ontvanger niet op kosten te jagen. De potloodaantekening laat zien dat deze postzegel (ter waarde van 7,5 cent) door de ontvangende administratie is verwerkt en in de kas is gedeponeerd. Dit document is gedateerd op 31 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De "zeer slechte marktdagen" waarnaar Trapman verwijst, moeten worden gezien in het licht van de verslechterende economische omstandigheden tijdens de bezetting. Grondstoffenschaarste, distributiemaatregelen en de groeiende invloed van de bezetter op de handel zorgden voor grote onzekerheid bij ondernemers. De verwijzing naar "de zeer korte dagen" kan letterlijk duiden op de winterperiode waarin de brief is geschreven, wat werken en transport bemoeilijkte, zeker met de toen geldende verduisteringsvoorschriften. J. Trapman
Samenvatting
- Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, enigszins plechtige toon die typerend is voor het zakelijke verkeer uit het midden van de 20e eeuw (bijv. de afsluiting "u. d. W. D."). Het taalgebruik is beeldend; de uitdrukking "alle zeilen bijzetten" onderstreept de noodzaak tot maximale inspanning.
- Economische situatie: De afzender beklaagt zich over de "zeer slechte marktdagen". De tekst suggereert een precaire economische positie waarbij men moeite heeft om "staande te blijven" (het hoofd boven water te houden).
- Administratieve praktijk: De toevoeging van een postzegel voor het antwoord was in die tijd een gebruikelijke beleefdheid bij verzoeken om medewerking, om de ontvanger niet op kosten te jagen. De potloodaantekening laat zien dat deze postzegel (ter waarde van 7,5 cent) door de ontvangende administratie is verwerkt en in de kas is gedeponeerd.
Historische Context
Dit document is gedateerd op 31 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De "zeer slechte marktdagen" waarnaar Trapman verwijst, moeten worden gezien in het licht van de verslechterende economische omstandigheden tijdens de bezetting. Grondstoffenschaarste, distributiemaatregelen en de groeiende invloed van de bezetter op de handel zorgden voor grote onzekerheid bij ondernemers. De verwijzing naar "de zeer korte dagen" kan letterlijk duiden op de winterperiode waarin de brief is geschreven, wat werken en transport bemoeilijkte, zeker met de toen geldende verduisteringsvoorschriften.