Administratieve notitie / bijblad bij een dossier.
Origineel
Administratieve notitie / bijblad bij een dossier. [Bovenin het formulierkader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 85 / 7 / 1 1941
24/3-'41.
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven]
578
C. Zwaan
pl. 29, Dapperstraat
[Hoofdtekst]
Kan als afgedaan worden beschouwd.
Neemt met zoon samen twee
plaatsen in en wel met gehuurde
stal en een eigen kar. Hiermede
wordt geen stallenzetter ge-
dupeerd.
Zwaan bergt handkar in zijn
eigen loods.
[Marginale aantekeningen en data]
26-3-'41
p 2/4 '41
p 1/4 '41 9 ½
23-4-'41
[Handtekening/Paraaf, mogelijk "de Haan"]
[Blauw kruis door datum 23-4-'41]
[Onderaan]
op b. hnd [?] 25/4 '41
[Paraaf] Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een inspectie of een geschil op de Dappermarkt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (1941). De kern van de zaak is de ruimte-inname door de marktkoopman C. Zwaan.
De inspecteur of ambtenaar stelt vast dat de zaak "afgedaan" (afgehandeld) kan worden. De reden hiervoor is dat Zwaan weliswaar twee plekken bezet samen met zijn zoon, maar dat hij hiervoor een "gehuurde stal" (waarschijnlijk voor een paard) en een "eigen kar" gebruikt. Cruciaal in de marktreglementen van die tijd was dat men geen broodroof pleegde op de "stallenzetters" — de beroepsgroep die tegen betaling kramen opbouwde voor kooplieden. Omdat Zwaan zijn eigen materiaal en een eigen loods voor opslag gebruikt, wordt er niemand "gedupeerd".
Het document toont de nauwgezette bureaucratische controle op de markten in oorlogstijd, waarbij elke vierkante meter en de interactie tussen verschillende beroepsgroepen (kooplieden versus stallenzetters) werd vastgelegd. De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost. In 1941 was de stad bezet door nazi-Duitsland. Hoewel dit specifieke document een puur logistieke/administratieve kwestie lijkt te behandelen (marktplaatsbezetting), vonden er in deze periode grote verschuivingen plaats op de Amsterdamse markten door de anti-Joodse maatregelen. Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer geweerd of naar specifieke "Jodenmarkten" gedreven.
Dit document is representatief voor de manier waarop de gemeentelijke administratie (Algemene Zaken) bleef functioneren onder het toeziend oog van de bezetter, waarbij kleine ondernemers zoals C. Zwaan werden gecontroleerd op de naleving van marktverordeningen. De verschillende data en parafen wijzen op een proces van verificatie dat enkele weken in beslag nam voordat het dossier definitief werd gesloten. C. Zwaan M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een inspectie of een geschil op de Dappermarkt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (1941). De kern van de zaak is de ruimte-inname door de marktkoopman C. Zwaan.
De inspecteur of ambtenaar stelt vast dat de zaak "afgedaan" (afgehandeld) kan worden. De reden hiervoor is dat Zwaan weliswaar twee plekken bezet samen met zijn zoon, maar dat hij hiervoor een "gehuurde stal" (waarschijnlijk voor een paard) en een "eigen kar" gebruikt. Cruciaal in de marktreglementen van die tijd was dat men geen broodroof pleegde op de "stallenzetters" — de beroepsgroep die tegen betaling kramen opbouwde voor kooplieden. Omdat Zwaan zijn eigen materiaal en een eigen loods voor opslag gebruikt, wordt er niemand "gedupeerd".
Het document toont de nauwgezette bureaucratische controle op de markten in oorlogstijd, waarbij elke vierkante meter en de interactie tussen verschillende beroepsgroepen (kooplieden versus stallenzetters) werd vastgelegd.
Historische Context
De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost. In 1941 was de stad bezet door nazi-Duitsland. Hoewel dit specifieke document een puur logistieke/administratieve kwestie lijkt te behandelen (marktplaatsbezetting), vonden er in deze periode grote verschuivingen plaats op de Amsterdamse markten door de anti-Joodse maatregelen. Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer geweerd of naar specifieke "Jodenmarkten" gedreven.
Dit document is representatief voor de manier waarop de gemeentelijke administratie (Algemene Zaken) bleef functioneren onder het toeziend oog van de bezetter, waarbij kleine ondernemers zoals C. Zwaan werden gecontroleerd op de naleving van marktverordeningen. De verschillende data en parafen wijzen op een proces van verificatie dat enkele weken in beslag nam voordat het dossier definitief werd gesloten.