Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier. 9 mei 1941. J. (of G.) Staphorst. Amsterdam 9 Mei . 41
Mijnheer [doorgehaald: m. Jung?]
beleefd verzoek ik u
om in samenwerking
met de oude stallenbaas
van Commelinch vast
eigen materiaal te
mogen gebruiken in
afwachting
J Staphorst
H Kadijk 99
[Linksonder diagonaal geschreven:]
Dapperstraat
pl: n: 147
[Stempel/notitie onderaan:]
No 85/12/1 M. 1941 12/5 * Inhoud: De schrijver, J. Staphorst, richt een formeel verzoek aan een onbekende autoriteit (mogelijk de marktmeester of het Bureau Marktwezen). Hij vraagt om, in overleg met de voormalige ("oude") stallenbaas, gebruik te mogen maken van eigen materiaal. De context lijkt te draaien om de stalling van marktmaterialen of karren.
* Locatie: Er worden twee locaties in Amsterdam-Oost genoemd: de Hoogte Kadijk (woonadres afzender) en de Dapperstraat 147 (waarschijnlijk de plek waar de werkzaamheden of stalling plaatsvinden). De vermelding "Commelinch" verwijst zeer waarschijnlijk naar de nabijgelegen Commelinstraat.
* Handschrift en Toon: Het handschrift is een vlot, geoefend cursief. De toon is uiterst beleefd ("beleefd verzoek ik u"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd.
* Administratieve verwerking: De aantekening onderaan ("M. 1941 12/5") duidt erop dat het verzoek drie dagen na schrijven, op 12 mei 1941, is binnengekomen en geregistreerd onder nummer 85/12/1. De 'M' staat waarschijnlijk voor 'Marktwezen'. Dit document stamt uit mei 1941, exact een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Dapperstraat is historisch bekend om de Dappermarkt. Tijdens de bezetting werden markten en de stalling van marktmaterialen streng gereguleerd door de gemeente, vaak onder toezicht van de bezetter.
In deze periode werden veel Joodse marktkramers uit hun functies ontzet of werden hun eigendommen geconfisqueerd. Hoewel dit briefje een ogenschijnlijk simpele logistieke vraag stelt over "eigen materiaal" en de "oude stallenbaas", kan het deel uitmaken van de grotere bureaucratische verschuivingen die in 1941 op de Amsterdamse markten plaatsvonden, waarbij vergunningen en standplaatsen opnieuw werden toegewezen. De "oude stallenbaas" kan een verwijzing zijn naar een voorganger die het veld moest ruimen. J. Staphorst Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, J. Staphorst, richt een formeel verzoek aan een onbekende autoriteit (mogelijk de marktmeester of het Bureau Marktwezen). Hij vraagt om, in overleg met de voormalige ("oude") stallenbaas, gebruik te mogen maken van eigen materiaal. De context lijkt te draaien om de stalling van marktmaterialen of karren.
- Locatie: Er worden twee locaties in Amsterdam-Oost genoemd: de Hoogte Kadijk (woonadres afzender) en de Dapperstraat 147 (waarschijnlijk de plek waar de werkzaamheden of stalling plaatsvinden). De vermelding "Commelinch" verwijst zeer waarschijnlijk naar de nabijgelegen Commelinstraat.
- Handschrift en Toon: Het handschrift is een vlot, geoefend cursief. De toon is uiterst beleefd ("beleefd verzoek ik u"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd.
- Administratieve verwerking: De aantekening onderaan ("M. 1941 12/5") duidt erop dat het verzoek drie dagen na schrijven, op 12 mei 1941, is binnengekomen en geregistreerd onder nummer 85/12/1. De 'M' staat waarschijnlijk voor 'Marktwezen'.
Historische Context
Dit document stamt uit mei 1941, exact een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Dapperstraat is historisch bekend om de Dappermarkt. Tijdens de bezetting werden markten en de stalling van marktmaterialen streng gereguleerd door de gemeente, vaak onder toezicht van de bezetter.
In deze periode werden veel Joodse marktkramers uit hun functies ontzet of werden hun eigendommen geconfisqueerd. Hoewel dit briefje een ogenschijnlijk simpele logistieke vraag stelt over "eigen materiaal" en de "oude stallenbaas", kan het deel uitmaken van de grotere bureaucratische verschuivingen die in 1941 op de Amsterdamse markten plaatsvonden, waarbij vergunningen en standplaatsen opnieuw werden toegewezen. De "oude stallenbaas" kan een verwijzing zijn naar een voorganger die het veld moest ruimen.