Handgeschreven verklaring/vergunning op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven verklaring/vergunning op gelinieerd papier. 14 november 1941 (14/11/41). [Bovenaan, in rood:] 85/24/1 II
[Rechtsboven:] 14/11/41 186
[Namenlijst linksboven:]
A. Radwaanse.
H. Roelofs.
G. D. de Vre Sr.
G. D. de Vre Jr.
J. Ereele.
J. Siebbeles.
Frederik van der Berg.
[In de marge rechtsboven:] voor 9 – na 5 uur
[Hoofdtekst:]
Ondergeteekende, directeur
van het Marktwezen te A'dam
verklaart hierbij, dat
toegang tot de Joodsche
hulpmarkten W'plein,
Gaaspstr. of Joubertstr.
kan worden verleend
voor het opzetten of weghalen
van kramenmateriaal vóór
9 uur v.m. en na 5 uur
n.m.
[Onderaan rechts:] d. D. Dit document is een officiële ontheffing of toegangsvergunning uitgegeven door de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kern van het document is de toestemming aan de genoemde personen (waarschijnlijk marktkooplui of transporteurs) om buiten de reguliere markttijden toegang te krijgen tot specifieke locaties. Het gaat hierbij om het opzetten en afbreken van marktkramen ("kramenmateriaal") vóór 09:00 uur 's ochtends en na 17:00 uur 's avonds. De genoemde locaties zijn het Waterlooplein (W'plein), de Gaaspstraat en de Joubertstraat.
De afkorting "d. D." onderaan staat waarschijnlijk voor "de Directeur" of is een paraaf namens de directie. Het document dateert van november 1941, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog wat betreft de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. Vanaf september 1941 voerden de Duitse bezetters segregatie in op de markten. Joden mochten niet langer op reguliere markten komen en moesten hun inkopen doen op speciaal aangewezen "Joodsche markten".
De drie locaties die in het document worden genoemd, waren de locaties van deze segregatiemarkten:
1. Waterlooplein: De traditionele markt in de Joodse buurt.
2. Gaaspstraat: Een markt in de Rivierenbuurt (bij het huidige Merwedeplein).
3. Joubertstraat: Een markt in de Transvaalbuurt.
Het Marktwezen, als gemeentelijke dienst, voerde deze maatregelen uit. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van de logistiek rondom deze gedwongen afzondering. De genoemde namen zijn vermoedelijk niet-Joodse werknemers of ondernemers die de infrastructuur (de kramen) voor deze markten verzorgden, aangezien zij zich buiten de voor Joden geldende spertijd (meestal vanaf 20:00 uur, maar soms eerder voor marktactiviteiten) op straat moesten begeven. A. Radwaanse D. de Vre H. Roelofs J. Ereele J. Siebbeles Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een officiële ontheffing of toegangsvergunning uitgegeven door de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kern van het document is de toestemming aan de genoemde personen (waarschijnlijk marktkooplui of transporteurs) om buiten de reguliere markttijden toegang te krijgen tot specifieke locaties. Het gaat hierbij om het opzetten en afbreken van marktkramen ("kramenmateriaal") vóór 09:00 uur 's ochtends en na 17:00 uur 's avonds. De genoemde locaties zijn het Waterlooplein (W'plein), de Gaaspstraat en de Joubertstraat.
De afkorting "d. D." onderaan staat waarschijnlijk voor "de Directeur" of is een paraaf namens de directie.
Historische Context
Het document dateert van november 1941, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog wat betreft de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. Vanaf september 1941 voerden de Duitse bezetters segregatie in op de markten. Joden mochten niet langer op reguliere markten komen en moesten hun inkopen doen op speciaal aangewezen "Joodsche markten".
De drie locaties die in het document worden genoemd, waren de locaties van deze segregatiemarkten:
1. Waterlooplein: De traditionele markt in de Joodse buurt.
2. Gaaspstraat: Een markt in de Rivierenbuurt (bij het huidige Merwedeplein).
3. Joubertstraat: Een markt in de Transvaalbuurt.
Het Marktwezen, als gemeentelijke dienst, voerde deze maatregelen uit. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van de logistiek rondom deze gedwongen afzondering. De genoemde namen zijn vermoedelijk niet-Joodse werknemers of ondernemers die de infrastructuur (de kramen) voor deze markten verzorgden, aangezien zij zich buiten de voor Joden geldende spertijd (meestal vanaf 20:00 uur, maar soms eerder voor marktactiviteiten) op straat moesten begeven.