Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 december 1941. J. Ch. Hage. Nº 85 / 28 / 1 M. 1941 31 / 12
Adam 29-12-1941.
Mijnheer
Ondergeteekende verzoekt U
beleefd toestemming te verleenen voor
het in gebruik nemen van een eigen
stal.
Tot dus ver heb ik steeds een huurstal
gehad, maar nu met de overplaatsing
naar de nieuwmarkt, komt het mij
beter uit dat ik een eigenstal neem.
Hopende spoedig toestemming van U te
ontvangen verblijf ik hoogachtend
J. Ch. Hage.
O.Z. Achterburgwal 59 III * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van J. Ch. Hage aan een niet nader genoemde autoriteit (vermoedelijk een gemeentelijke instantie of de marktmeester) om toestemming voor het gebruik van een eigen stal.
* Argumentatie: De schrijver geeft aan voorheen altijd een stal te hebben gehuurd, maar dat door een verhuizing naar de Nieuwmarkt het bezitten van een eigen stal nu praktischer is.
* Schrift en Stijl: Het document is geschreven in een vlot, goed leesbaar cursief handschrift dat kenmerkend is voor het midden van de 20e eeuw. De gehanteerde spelling ("ondergeteekende", "toestemming te verleenen") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel. De toon is uiterst beleefd en zakelijk.
* Administratieve sporen: De stempel bovenaan met het nummer "M. 1941" en de handgeschreven datum "31/12" duiden op een officiële registratie in een inkomend postregister kort na verzending. * Tijdsgewricht: De brief dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, was paardentransport in die tijd essentieel voor de stadslogistiek, zeker gezien de schaarste aan brandstof voor motorvoertuigen.
* Geografie: De genoemde locaties, de Oudezijds Achterburgwal en de Nieuwmarkt, vormen het hart van het oude Amsterdamse centrum. De Nieuwmarkt was (en is) een belangrijk marktplein waarvoor dergelijke stallen voor marktkooplieden en transporteurs onmisbaar waren.
* Regelgeving: Het houden van paarden en het exploiteren van stallen in de dichtbevolkte binnenstad was gebonden aan strenge gemeentelijke verordeningen en vergunningen, wat de noodzaak voor dit schriftelijke verzoek verklaart. J. Ch O.Z. Achterburgwal
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formeel verzoek van J. Ch. Hage aan een niet nader genoemde autoriteit (vermoedelijk een gemeentelijke instantie of de marktmeester) om toestemming voor het gebruik van een eigen stal.
- Argumentatie: De schrijver geeft aan voorheen altijd een stal te hebben gehuurd, maar dat door een verhuizing naar de Nieuwmarkt het bezitten van een eigen stal nu praktischer is.
- Schrift en Stijl: Het document is geschreven in een vlot, goed leesbaar cursief handschrift dat kenmerkend is voor het midden van de 20e eeuw. De gehanteerde spelling ("ondergeteekende", "toestemming te verleenen") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel. De toon is uiterst beleefd en zakelijk.
- Administratieve sporen: De stempel bovenaan met het nummer "M. 1941" en de handgeschreven datum "31/12" duiden op een officiële registratie in een inkomend postregister kort na verzending.
Historische Context
- Tijdsgewricht: De brief dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, was paardentransport in die tijd essentieel voor de stadslogistiek, zeker gezien de schaarste aan brandstof voor motorvoertuigen.
- Geografie: De genoemde locaties, de Oudezijds Achterburgwal en de Nieuwmarkt, vormen het hart van het oude Amsterdamse centrum. De Nieuwmarkt was (en is) een belangrijk marktplein waarvoor dergelijke stallen voor marktkooplieden en transporteurs onmisbaar waren.
- Regelgeving: Het houden van paarden en het exploiteren van stallen in de dichtbevolkte binnenstad was gebonden aan strenge gemeentelijke verordeningen en vergunningen, wat de noodzaak voor dit schriftelijke verzoek verklaart.