Archiefdocument
Origineel
11 maart 1941. Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ), Amsterdam. NEDERLANDSCH-ISRAËLIETISCH ZIEKENHUIS
TE AMSTERDAM
TELEFOON 53810-50588-50589
AMSTERDAM-C., 11 Maart 1941
N. KEIZERSGRACHT 110
GD
Verzoeke bij de beantwoording den datum van dezen
brief aan te halen.
[Paars stempel:] № 06 / 2 / 3 M. 1941
[Handgeschreven bij stempel:] ni dagur. 11/3
Ondergeteekende verklaart dat mevr.
M. Ereira-de Jong van 12 December 1940 tot en
met 4 Februari 1941 in het Nederl. Israel. Zieken-
huis werd verpleegd.
De Geneesheer-Directeur,
[Handgeschreven handtekening: S. Pinkhof]
[Handgeschreven in het midden:]
opbergen
[Handtekening] 12/3 '41
[Handgeschreven linksonder:]
Waterlooplein
№ 86
[Linksonder in kleine druk:] JL. 10.000-11-'40 Dit document is een officiële medische verklaring afgegeven door de directie van het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ). De verklaring bevestigt dat mevrouw M. Ereira-de Jong gedurende bijna twee maanden (van 12 december 1940 tot 4 februari 1941) in het ziekenhuis verpleegd is.
De brief is ondertekend door de toenmalige Geneesheer-Directeur, Dr. Salomon Pinkhof. Het document bevat diverse administratieve sporen: een paars archiefstempel met een referentienummer en een handgeschreven instructie "opbergen" gedateerd op 12 maart 1941, de dag na verzending. Linksonder is handgeschreven het adres "Waterlooplein 86" toegevoegd, wat waarschijnlijk het woonadres van de patiënte was, gelegen in het hart van de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam. De datum van het document, maart 1941, plaatst de brief in een precaire periode van de Duitse bezetting van Nederland. Slechts enkele weken voor het opstellen van deze brief vond de Februaristaking plaats (25-26 februari 1941), een protest tegen de eerste grote razzia's op Joodse burgers in Amsterdam.
Het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht was een centrale instelling binnen de Joodse gemeenschap. Tijdens de bezetting werd het ziekenhuis steeds meer een toevluchtsoord, maar ook een doelwit. In 1943 zou het ziekenhuis uiteindelijk door de bezetter worden ontruimd, waarbij zowel patiënten als personeel werden gedeporteerd. Verklaringen van ziekenhuisopname zoals deze werden in die tijd vaak gebruikt voor administratieve doeleinden bij de Joodsche Raad of werkgevers, en soms in een wanhopige poging om uitstel van deportatie te verkrijgen (de zogenaamde 'Sperre'). De achternaam Ereira duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond, een gemeenschap die al eeuwenlang diep geworteld was in Amsterdam. M. Ereira N. Keizersgracht S. Pinkhof
Samenvatting
Dit document is een officiële medische verklaring afgegeven door de directie van het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ). De verklaring bevestigt dat mevrouw M. Ereira-de Jong gedurende bijna twee maanden (van 12 december 1940 tot 4 februari 1941) in het ziekenhuis verpleegd is.
De brief is ondertekend door de toenmalige Geneesheer-Directeur, Dr. Salomon Pinkhof. Het document bevat diverse administratieve sporen: een paars archiefstempel met een referentienummer en een handgeschreven instructie "opbergen" gedateerd op 12 maart 1941, de dag na verzending. Linksonder is handgeschreven het adres "Waterlooplein 86" toegevoegd, wat waarschijnlijk het woonadres van de patiënte was, gelegen in het hart van de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam.
Historische Context
De datum van het document, maart 1941, plaatst de brief in een precaire periode van de Duitse bezetting van Nederland. Slechts enkele weken voor het opstellen van deze brief vond de Februaristaking plaats (25-26 februari 1941), een protest tegen de eerste grote razzia's op Joodse burgers in Amsterdam.
Het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht was een centrale instelling binnen de Joodse gemeenschap. Tijdens de bezetting werd het ziekenhuis steeds meer een toevluchtsoord, maar ook een doelwit. In 1943 zou het ziekenhuis uiteindelijk door de bezetter worden ontruimd, waarbij zowel patiënten als personeel werden gedeporteerd. Verklaringen van ziekenhuisopname zoals deze werden in die tijd vaak gebruikt voor administratieve doeleinden bij de Joodsche Raad of werkgevers, en soms in een wanhopige poging om uitstel van deportatie te verkrijgen (de zogenaamde 'Sperre'). De achternaam Ereira duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond, een gemeenschap die al eeuwenlang diep geworteld was in Amsterdam.