Doorslag of afschrift van een officiële brief.
Origineel
Doorslag of afschrift van een officiële brief. 23 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of het arbeidsbureau). (handgeschreven): m.de leer
(handgeschreven): verzonden 23/1
den Heer B. Schniedewind,
Kennemerbeekweg 18,
H i l l e g o m .
90/4/2 M 23 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 Januari jl. be-
richt ik U, dat U gedurende den tyd, dat U ondersteuning ge-
niet en deswege geen inkomsten uit arbeid mag trekken, kwyt-
schelding van betaling van marktgeld kunt krygen, mits deze
ondersteuning blykt uit een door of namens het Gemeentebe-
stuur van Hillegom afgegeven verklaring, waarin tevens is
vermeld de datum, waarop de ondersteuning is aangevangen. By
beeindiging der ondersteuning dient een soortgelyke verklaring,
houdende den datum van afloop, te worden overgelegd.
De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling aan een inwoner van Hillegom betreffende een verzoek om kwijtschelding van marktgeld. De toon is formeel en procedureel. De kern van de boodschap is dat de heer Schniedewind recht heeft op kwijtschelding van marktgeld (het staangeld voor een marktplaats) zolang hij een werkloosheidsuitkering ("ondersteuning") ontvangt en geen andere inkomsten heeft.
Om dit recht te effectueren, wordt er een bewijslast bij de burger neergelegd: hij moet officiële verklaringen van de gemeente Hillegom overleggen die zowel het begin als het einde van de ondersteuningsperiode bevestigen. De spelling hanteert nog de oude vorm met de 'y' (tyd, krygen, kwytschelding), wat gebruikelijk was in die periode. De brief dateert uit januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende bureaucratie en controle op sociale voorzieningen. "Ondersteuning" was in die tijd de gangbare term voor wat we nu bijstand of een werkloosheidsuitkering zouden noemen.
Het feit dat er sprake is van "marktgeld" suggereert dat de heer Schniedewind waarschijnlijk een marktkoopman was die door de economische omstandigheden of restricties van de bezetter zonder werk was komen te zitten. De brief illustreert hoe burgers in oorlogstijd moesten navigeren door de ambtelijke molens om aanspraak te maken op kleine financiële verlichtingen. De administratieve precisie (dossiernummers, aantekeningen van verzending) toont aan dat het overheidsapparaat, ondanks de bezetting, op lokaal niveau nog op de vertrouwde, punctuele wijze functioneerde. B. Schniedewind