Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 3 juni 1941. A. Elzas, wonende aan het J.D. Meijerplein 19 II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 90/23/1 M. 1941 4/6
Amsterdam, 3 Juni 1941.
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen.
Alhier.
Mijnheer!
Hierdoor deel ik U mede, dat ik, door omstandig-
heden, gedwongen ben mijn plaats op den markt aan
het Mooplein (Standplaats M. 96) op te geven.
Hoogachtend.
A. Elzas
J.D. Meijerplein 19 II
Ps. Ingesloten 1 foto van Ali Walvisch
en 1 foto van A. Elzas. * Inhoud: De afzender, A. Elzas, zegt formeel zijn marktstandplaats (nummer M. 96) op het "Mooplein" op. Met "Mooplein" wordt vrijwel zeker het Mosplein in Amsterdam-Noord bedoeld.
* Reden: De schrijver geeft aan "door omstandigheden gedwongen" te zijn. In de context van juni 1941 is dit een eufemisme voor de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven door de Duitse bezetter.
* Administratieve afwikkeling: In het postscriptum wordt vermeld dat er pasfoto's zijn bijgevoegd van hemzelf en van een zekere Ali Walvisch. Dit duidt op het inleveren van marktvergunningen of legitimatiebewijzen die bij de standplaats hoorden.
* Handschrift: Het betreft een verzorgd, rechtopstaand cursief handschrift, kenmerkend voor het onderwijs in de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document is een direct bewijsstuk van de 'economische uitsluiting' van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In het voorjaar van 1941 voerden de Duitse bezettingsautoriteiten steeds meer beperkende maatregelen in voor Joodse markthandelaren. Joden werden verboden om op reguliere markten te staan.
De locatie van de afzender versterkt dit beeld: het J.D. Meijerplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Dat de brief gedateerd is op 3 juni 1941 is saillant; dit was slechts enkele maanden na de Februaristaking en midden in de periode waarin de bezetter de greep op de Joodse bevolking in Amsterdam snel verstevigde. De "omstandigheden" waar Elzas naar verwijst, waren de anti-Joodse verordeningen die hem het werken onmogelijk maakten. De genoemde Ali Walvisch was waarschijnlijk een familielid of medewerker; de archieven van de Joodse Raad en de Oorlogsgravenstichting bevatten verschillende vermeldingen van personen met deze achternamen die de oorlog niet overleefden. A. Elzas J.D. Meijerplein Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De afzender, A. Elzas, zegt formeel zijn marktstandplaats (nummer M. 96) op het "Mooplein" op. Met "Mooplein" wordt vrijwel zeker het Mosplein in Amsterdam-Noord bedoeld.
- Reden: De schrijver geeft aan "door omstandigheden gedwongen" te zijn. In de context van juni 1941 is dit een eufemisme voor de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven door de Duitse bezetter.
- Administratieve afwikkeling: In het postscriptum wordt vermeld dat er pasfoto's zijn bijgevoegd van hemzelf en van een zekere Ali Walvisch. Dit duidt op het inleveren van marktvergunningen of legitimatiebewijzen die bij de standplaats hoorden.
- Handschrift: Het betreft een verzorgd, rechtopstaand cursief handschrift, kenmerkend voor het onderwijs in de eerste helft van de 20e eeuw.
Historische Context
Dit document is een direct bewijsstuk van de 'economische uitsluiting' van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In het voorjaar van 1941 voerden de Duitse bezettingsautoriteiten steeds meer beperkende maatregelen in voor Joodse markthandelaren. Joden werden verboden om op reguliere markten te staan.
De locatie van de afzender versterkt dit beeld: het J.D. Meijerplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Dat de brief gedateerd is op 3 juni 1941 is saillant; dit was slechts enkele maanden na de Februaristaking en midden in de periode waarin de bezetter de greep op de Joodse bevolking in Amsterdam snel verstevigde. De "omstandigheden" waar Elzas naar verwijst, waren de anti-Joodse verordeningen die hem het werken onmogelijk maakten. De genoemde Ali Walvisch was waarschijnlijk een familielid of medewerker; de archieven van de Joodse Raad en de Oorlogsgravenstichting bevatten verschillende vermeldingen van personen met deze achternamen die de oorlog niet overleefden.