Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 juni 1941. H. J. de Wolf, wonende aan de Lindengracht 25, Amsterdam. Amsterdam 5 Juni 1941
Aan Den Heer Direkteur
Marktwezen
Mijnheer
Ik heb een voorkeurkaart aan gevraagt voor
De Zaterdag markt Mosplein en gevraagd met
Hulp van mijn zoon Gerardus de Wolf Lahnstein
Hiervoor moest ik apart aan vragen
Ik hoop dat uw mij hier in terwille kunt wezen
Bij voorbaat mijn dank
H J De Wolf
Lindengracht 25 In deze brief verzoekt de heer H.J. de Wolf om een 'voorkeurkaart' (een vergunning of vaste staanplaats) voor de zaterdagmarkt op het Mosplein in Amsterdam-Noord. De schrijver geeft specifiek aan dat hij geholpen wil worden door zijn zoon, Gerardus de Wolf Lahnstein.
De brief illustreert de formele procedure die marktkooplieden moesten volgen om hun handel te mogen drijven. Het vermelden van de hulp van zijn zoon suggereert dat hiervoor een aparte officiële toestemming nodig was, wat duidt op een streng gereguleerd marktwezen in die tijd. Het taalgebruik is beleefd ("terwille kunt wezen") maar bevat enkele spellingsvarianten die typerend zijn voor de periode of het opleidingsniveau van de schrijver ("aan gevraagt", "uw" in plaats van "u"). De datum van de brief, 5 juni 1941, is van historisch belang. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. In deze periode nam de regulering van het openbare leven en de economie onder de bezetting sterk toe.
Specifiek voor Amsterdam en de markten was 1941 een jaar van ingrijpende veranderingen. Vanaf begin 1941 werden er steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse marktkooplieden. Hoewel uit de brief niet direct blijkt of de familie De Wolf Joods was, was het beheer van marktvergunningen door de gemeente Amsterdam (het Marktwezen) in deze jaren nauw verweven met de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
De locatie van de afzender, de Lindengracht, ligt in de Jordaan, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de Amsterdamse markthandel. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk knooppunt waar destijds een levendige markt werd gehouden. De brief biedt zodoende een inkijkje in het dagelijks overlevingsstreven van een Amsterdamse familie tijdens de oorlogsjaren. H.J. de Wolf J. de Wolf Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de heer H.J. de Wolf om een 'voorkeurkaart' (een vergunning of vaste staanplaats) voor de zaterdagmarkt op het Mosplein in Amsterdam-Noord. De schrijver geeft specifiek aan dat hij geholpen wil worden door zijn zoon, Gerardus de Wolf Lahnstein.
De brief illustreert de formele procedure die marktkooplieden moesten volgen om hun handel te mogen drijven. Het vermelden van de hulp van zijn zoon suggereert dat hiervoor een aparte officiële toestemming nodig was, wat duidt op een streng gereguleerd marktwezen in die tijd. Het taalgebruik is beleefd ("terwille kunt wezen") maar bevat enkele spellingsvarianten die typerend zijn voor de periode of het opleidingsniveau van de schrijver ("aan gevraagt", "uw" in plaats van "u").
Historische Context
De datum van de brief, 5 juni 1941, is van historisch belang. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. In deze periode nam de regulering van het openbare leven en de economie onder de bezetting sterk toe.
Specifiek voor Amsterdam en de markten was 1941 een jaar van ingrijpende veranderingen. Vanaf begin 1941 werden er steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse marktkooplieden. Hoewel uit de brief niet direct blijkt of de familie De Wolf Joods was, was het beheer van marktvergunningen door de gemeente Amsterdam (het Marktwezen) in deze jaren nauw verweven met de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
De locatie van de afzender, de Lindengracht, ligt in de Jordaan, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de Amsterdamse markthandel. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk knooppunt waar destijds een levendige markt werd gehouden. De brief biedt zodoende een inkijkje in het dagelijks overlevingsstreven van een Amsterdamse familie tijdens de oorlogsjaren.