Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 14 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Extra [handgeschreven]
HG.
90/25/2 M.
14 Juli 1941.
den Heer R. Montesinos,
Vrolikstraat 110 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Juni jl.
verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Mosplein
te laten bystaan - niet vervangen - door Mevr. E. Montezinos-
Saltiel, geboren 13 November 1895.
De Directeur, Dit document is een officiële toestemming van de gemeente Amsterdam aan de heer R. Montesinos om zich op zijn marktstandplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord) te laten bijstaan door zijn vrouw, mevrouw E. Montezinos-Saltiel.
De brief bevat enkele belangrijke administratieve details:
1. Beperking: De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat deze op elk moment ingetrokken kan worden.
2. Voorwaarde: Er wordt nadrukkelijk vermeld "niet vervangen". De heer Montesinos moet dus zelf aanwezig blijven; zijn vrouw mag enkel helpen, hem niet volledig aflossen.
3. Identificatie: Van de echtgenote worden de volledige meisjesnaam (Saltiel) en geboortedatum genoteerd voor administratieve controle.
4. Namen: De achternamen Montesinos en Saltiel zijn typisch Sefardisch-Joodse namen. De datum van het document, 14 juli 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen werden in deze periode in hoog tempo aangescherpt.
- Joodse marktkooplieden: In 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd. Hoewel ze op dit moment nog op reguliere markten zoals het Mosplein mochten staan, veranderde dit snel. In september 1941 (slechts twee maanden na deze brief) werden Joden verboden om op algemene markten te staan en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld waar zij uitsluitend onderling handel mochten drijven.
- Bureaucratie en uitsluiting: Dit document is een voorbeeld van de toenemende bureaucratische controle op Joodse burgers. Het feit dat er officieel toestemming gevraagd moest worden voor hulp van een echtgenote op een marktplaats, toont de beperkte bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers aan.
- Lot van de betrokkenen: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat de familie Montesinos-Saltiel de Holocaust niet heeft overleefd. De administratieve precisie in dit soort documenten hielp de bezetter later bij de stelselmatige registratie en deportatie van de Joodse bevolking. E. Montezinos Montesinos moet (De heer) R. Montesinos Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een officiële toestemming van de gemeente Amsterdam aan de heer R. Montesinos om zich op zijn marktstandplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord) te laten bijstaan door zijn vrouw, mevrouw E. Montezinos-Saltiel.
De brief bevat enkele belangrijke administratieve details:
1. Beperking: De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat deze op elk moment ingetrokken kan worden.
2. Voorwaarde: Er wordt nadrukkelijk vermeld "niet vervangen". De heer Montesinos moet dus zelf aanwezig blijven; zijn vrouw mag enkel helpen, hem niet volledig aflossen.
3. Identificatie: Van de echtgenote worden de volledige meisjesnaam (Saltiel) en geboortedatum genoteerd voor administratieve controle.
4. Namen: De achternamen Montesinos en Saltiel zijn typisch Sefardisch-Joodse namen.
Historische Context
De datum van het document, 14 juli 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen werden in deze periode in hoog tempo aangescherpt.
- Joodse marktkooplieden: In 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd. Hoewel ze op dit moment nog op reguliere markten zoals het Mosplein mochten staan, veranderde dit snel. In september 1941 (slechts twee maanden na deze brief) werden Joden verboden om op algemene markten te staan en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld waar zij uitsluitend onderling handel mochten drijven.
- Bureaucratie en uitsluiting: Dit document is een voorbeeld van de toenemende bureaucratische controle op Joodse burgers. Het feit dat er officieel toestemming gevraagd moest worden voor hulp van een echtgenote op een marktplaats, toont de beperkte bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers aan.
- Lot van de betrokkenen: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat de familie Montesinos-Saltiel de Holocaust niet heeft overleefd. De administratieve precisie in dit soort documenten hielp de bezetter later bij de stelselmatige registratie en deportatie van de Joodse bevolking.