Archiefdocument
Origineel
31 oktober 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedrijven van de gemeente Amsterdam. [Linksboven handgeschreven aantekeningen:]
SA/66/1 M. 1942 6/11
[Onleesbare paraaf]
No. 17a Arb. 1942
[Rechtsboven handgeschreven:]
Bedrijfschef
ter kennisgeving aan personeel,
daarna bericht afwachten
[Gedrukte/getypte tekst:]
GEMEENTE AMSTERDAM
Amsterdam, 31 October 1942.
ONDERWERP:
Onderlinge ruiling van arbeids-
plaats ter verkleining van den af-
stand van huis naar werk.
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten en Bedrijven,
Hierbij vestig ik Uw aandacht op het volgende:
Van ambtenaarszijde is de aandacht gevraagd voor de omstandigheid, dat vele ambtenaren door het gemis van hun rijwiel gedwongen zijn van de tram gebruik te maken om van hun woonhuis naar het werk te gaan en des namiddags wederom terug te keeren, hetgeen in vele gevallen bezwaarlijk te dragen kosten met zich mee heeft gebracht.
In verband hiermede is de vraag gesteld, of het mogelijk zou zijn, dat de personen, wier rijwiel gevorderd is, van bureau zouden kunnen ruilen, voorzoover zulks tenminste niet in strijd is met het dienstbelang.
Gaarne zou ik deze mogelijkheid willen onderzoeken en verzoek U mitsdien te willen doen nagaan of onder de onder U ressorteerende ambtenaren en werklieden belangstelling bestaat voor een eventueele ruiling van arbeidsplaats.
Ik verzoek U de resultaten van Uw onderzoek voor 20 November a.s. te willen mededeelen aan den Wethouder, belast met het beheer der Gemeentelijke Personeelsvoorziening en daarbij op te geven naam, functie, leeftijd, eventueele diploma’s en adres van den gegadigde, alsmede den dienst en de plaats, waar deze eventueele gaarne zou worden tewerkgesteld, onder vermelding of, naar Uw meening, het dienstbelang zich tegen een eventueel ruilen van arbeidsplaats van den verzoeker zou verzetten.
Door de Gemeentelijke Personeelsvoorziening zal dan de mogelijkheid van een ruiling worden onderzocht en, zoo deze aanwezig blijkt te zijn, worden getracht in overleg met U een ruiling tot stand te brengen.
De burgemeester van Amsterdam
w.g Voûte
De Gemeentesecretaris,
w.g J.F. Franken.
[Linksonder handgeschreven aantekening:]
geen animo voor ruiling
18/11-42
[Paraaf] Dit document is een officiële circulaire van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. Het beschrijft een praktisch probleem voor het stadspersoneel: de vordering van fietsen door de bezetter. Hierdoor moesten veel ambtenaren met de tram reizen, wat tot ongewenste extra reiskosten leidde.
Om dit op te lossen, stelt burgemeester Voûte een systeem van werkplekruiling voor. Ambtenaren zouden kunnen ruilen van standplaats om zo dichter bij huis te werken. Dit was alleen toegestaan als het "dienstbelang" niet werd geschaad en de kwalificaties van de ambtenaren overeenkwamen. De handgeschreven opmerking onderaan ("geen animo voor ruiling") duidt erop dat er bij de specifieke afdeling waar dit exemplaar terechtkwam, geen interesse was in dit voorstel. De vordering van fietsen (vaak aangeduid met de term "Rijwielvordering") door de Wehrmacht nam in 1942 grote proporties aan. Omdat benzine en auto's schaars waren, was de fiets het primaire vervoermiddel. De inbeslagname leidde tot grote logistieke problemen in het dagelijks leven.
Edward Voûte was de door de Duitsers benoemde NSB-burgemeester van Amsterdam (1941-1945). Hoewel hij collaboreerde, hield hij zich ook bezig met het draaiende houden van het ambtenarenapparaat en de publieke diensten. Dit document is een typerend voorbeeld van hoe het stadsbestuur probeerde om te gaan met de materiële tekorten en beperkingen die de bezetting met zich meebracht. De taal is formeel en getuigt van de nog intacte, maar onder druk staande, bureaucratische structuur van die tijd.