Doorslag van een verzonden brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Doorslag van een verzonden brief (administratieve correspondentie). 29 april 1942. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, mogelijk Openbare Werken of een vergelijkbare dienst gezien de codes). De Burgemeester van Amsterdam, t.a.v. het Gemeentelijk Pensioenbureau. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 29/4
[Rechtsboven:]
VD/HG.
den Heer Burgemeester van Amsterdam,
Gemeentelijk Pensioenbureau,
Raadhuis,
A l h i e r .
8B/4/3 M. 29 April 1942.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 12 Maart jl.
No.405a P.B.1942, doe ik U in bijlage dezes de bescheiden toekomen
van drie ambtenaren van mijn dienst, die diensttijd hebben vervuld,
welke naar hun meening voor inkoop van pensioen in aanmerking komt.
De verschuldigde legeskosten ad ƒ 2,40 sluit ik hierbij in.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling betreffende de pensioenopbouw van drie niet nader genoemde ambtenaren. In de vroege jaren 40 was het voor ambtenaren mogelijk om voorheen vervulde diensttijd (bijvoorbeeld in een andere sector of elders bij de overheid) 'in te kopen', zodat deze meetelde voor de pensioenberekening.
De brief verwijst naar een specifieke circulaire (No. 405a P.B.1942). Er wordt melding gemaakt van een bijlage met bewijsstukken en de betaling van ƒ 2,40 aan legeskosten (wat destijds een substantieel bedrag was voor administratieve handelingen). De afkorting "P.B." in het nummer van de circulaire staat waarschijnlijk voor "Pensioen Bureau". Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud strikt administratief en "alledaags" lijkt, functioneerde de Amsterdamse gemeentebureaucratie onder streng toezicht van de bezetter. In 1941 en 1942 vonden er grote zuiveringen plaats in het ambtenarenapparaat (onder andere het ontslag van Joodse ambtenaren en de vervanging van wethouders door nationaalsocialistische functionarissen).
Dergelijke documenten tonen aan dat, ondanks de oorlogssituatie en de politieke omwentelingen op het stadhuis, de reguliere administratieve processen met betrekking tot personeelszaken en pensioenrechten nauwgezet werden voortgezet door de zittende ambtenarij. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte. Stadhuis
Samenvatting
De brief is een zakelijke mededeling betreffende de pensioenopbouw van drie niet nader genoemde ambtenaren. In de vroege jaren 40 was het voor ambtenaren mogelijk om voorheen vervulde diensttijd (bijvoorbeeld in een andere sector of elders bij de overheid) 'in te kopen', zodat deze meetelde voor de pensioenberekening.
De brief verwijst naar een specifieke circulaire (No. 405a P.B.1942). Er wordt melding gemaakt van een bijlage met bewijsstukken en de betaling van ƒ 2,40 aan legeskosten (wat destijds een substantieel bedrag was voor administratieve handelingen). De afkorting "P.B." in het nummer van de circulaire staat waarschijnlijk voor "Pensioen Bureau".
Historische Context
Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud strikt administratief en "alledaags" lijkt, functioneerde de Amsterdamse gemeentebureaucratie onder streng toezicht van de bezetter. In 1941 en 1942 vonden er grote zuiveringen plaats in het ambtenarenapparaat (onder andere het ontslag van Joodse ambtenaren en de vervanging van wethouders door nationaalsocialistische functionarissen).
Dergelijke documenten tonen aan dat, ondanks de oorlogssituatie en de politieke omwentelingen op het stadhuis, de reguliere administratieve processen met betrekking tot personeelszaken en pensioenrechten nauwgezet werden voortgezet door de zittende ambtenarij. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte.