Getypte officiële verklaring met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte officiële verklaring met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 19 mei 1942. (Handgeschreven, rechtsboven:)
in daggen (?)
HB.
(Handgeschreven, midden boven:)
Verzonden 19/5
(Getypt:)
10/9/4M. 10 19 Mei 1942.
(Noot: er staat een schuine streep door de '9')
Ondergeteekende verklaart hiermede, dat
onderstaande kwitanties niet in handen van de schuldenaren
zijn geweest.
De Directeur,
(Kleine ronde paarse stempel met initialen: HB)
Kwitanties No:
00339 - 00714 (gekoppeld met handgeschreven accolade en stempel HB)
00556 - 00994 - (stempel HB)
00711 - 00995 - (stempel HB)
00712 - 00996 - (stempel HB)
00713 - 00997 - (stempel HB) * Inhoud: De directeur van de betreffende instantie verklaart formeel dat een reeks kwitanties nooit in het bezit zijn geweest van de schuldenaren. Dit is een administratieve indekking. In de context van de Jodenvervolging en onteigening betekende dit vaak dat de rechtmatige eigenaren (de "schuldenaren" in deze verwrongen administratie) geen enkel bewijs in handen kregen van de transacties waarbij hun bezit werd afgenomen.
* Annotaties: De aantekening "Verzonden 19/5" en de paraaf "HB" duiden op een strikte bureaucratische afhandeling. De herhaalde stempel met "HB" suggereert dat een specifieke functionaris verantwoordelijk was voor de controle van deze nummers.
* Nomenclatuur: De term "schuldenaren" is hier opmerkelijk. Het suggereert een financiële verhouding die door de bezetter of de collaborerende instantie werd opgelegd. Dit document past in de bredere context van de systematische beroving van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Instellingen zoals de LIRO-bank hanteerden een uiterst precieze administratie om de diefstal van goederen, effecten en contanten een schijn van legaliteit te geven.
Het feit dat de kwitanties "niet in handen van de schuldenaren zijn geweest" was cruciaal voor de bezetter om de controle over de geldstromen te behouden en te voorkomen dat slachtoffers bewijsstukken hadden om eventuele claims te onderbouwen. De datum, mei 1942, is een kantelpunt: kort hierna begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen, waarbij de administratieve afhandeling van achtergebleven bezittingen op volle toeren draaide. Liro
Samenvatting
- Inhoud: De directeur van de betreffende instantie verklaart formeel dat een reeks kwitanties nooit in het bezit zijn geweest van de schuldenaren. Dit is een administratieve indekking. In de context van de Jodenvervolging en onteigening betekende dit vaak dat de rechtmatige eigenaren (de "schuldenaren" in deze verwrongen administratie) geen enkel bewijs in handen kregen van de transacties waarbij hun bezit werd afgenomen.
- Annotaties: De aantekening "Verzonden 19/5" en de paraaf "HB" duiden op een strikte bureaucratische afhandeling. De herhaalde stempel met "HB" suggereert dat een specifieke functionaris verantwoordelijk was voor de controle van deze nummers.
- Nomenclatuur: De term "schuldenaren" is hier opmerkelijk. Het suggereert een financiële verhouding die door de bezetter of de collaborerende instantie werd opgelegd.
Historische Context
Dit document past in de bredere context van de systematische beroving van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Instellingen zoals de LIRO-bank hanteerden een uiterst precieze administratie om de diefstal van goederen, effecten en contanten een schijn van legaliteit te geven.
Het feit dat de kwitanties "niet in handen van de schuldenaren zijn geweest" was cruciaal voor de bezetter om de controle over de geldstromen te behouden en te voorkomen dat slachtoffers bewijsstukken hadden om eventuele claims te onderbouwen. De datum, mei 1942, is een kantelpunt: kort hierna begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen, waarbij de administratieve afhandeling van achtergebleven bezittingen op volle toeren draaide.