Officiële circulaire (brief) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire (brief) van de Gemeente Amsterdam. 18 Maart 1942. De Wethouder voor de Financiën (w.g. J. Walch Czn.). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. [Links boven:]
Afd. Fin. 1942.
No. 220/20.3 / 27 LM 1942 [handgeschreven toevoeging]
[Rechts boven:]
Marktw. [handgeschreven]
AMSTERDAM, 18 Maart 1942
[Handtekening/paraf in blauwe inkt:] W. Müller [?]
[Rode letter 'a' of 'w' erboven]
Inzending rekening 1941.
Ten aanzien van de toekenning van Rijksbijdragen aan gemeenten in begrootingstekorten 1941, heeft de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken bij zijn circulaire van 24/25 Juli 1941 Afd. B.B. Bur. Fin. No. 27080 aan de gemeentebesturen, medegedeeld, dat de definitieve bedragen daarvan eerst kunnen worden vastgesteld, wanneer kennis is genomen van de resultaten van het dienstjaar 1941.
In verband hiermede is het van belang, dat deze uitkomsten zoo spoedig mogelijk bekend zijn.
Ik verzoek U daarom een dringend beroep te doen op de hoofden van de onder U ressorteerende diensten en bedrijven om te bevorderen: [Rood stempel:] 15 APR.
1º. dat de rekeningen over 1941 vóór ~~31 Maart~~ 1942 worden ingezonden ;
2º. dat van de vorderingen op andere diensten en bedrijven zóó tijdig aan die diensten en bedrijven mededeeling wordt gedaan, dat de hoofden daarvan niet door te late ontvangst dier mededeeling worden verhinderd te voldoen aan het verzoek tot inzending der rekening vóór 31 Maart a.s.
Ik moge U er voorts aan herinneren, dat bij de rekening van elken dienst en elk bedrijf een staat behoort te worden overgelegd van de nog niet afgesloten kredieten, een en ander zooals bepaald in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 16 December 1932, No. 3344 Fin.
Ten slotte verzoek ik U, indien nog te ontvangen gehouden bedragen van het vorige dienstjaar, voor zoover deze inmiddels niet zijn ontvangen, geheel of gedeeltelijk worden afgeschreven, de reden daarvan in de rekening te vermelden. Voorts behoort een verklaring te worden gegeven ten aanzien van die posten der restanten, waarbij belangrijke verschillen tusschen het geraamde bedrag eenerzijds en de ontvangen en nog te ontvangen bedragen anderzijds, voorkomen.
Een aantal afdrukken dezer circulaire voeg ik hierbij.
De Wethouder voor de Financiën,
w.g. J. WALCH Czn.
[Handgeschreven onderaan:]
Aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
[Groot stempel onderaan:]
Nº 10 / 17 / M. 1942 23/3 [handgeschreven cijfers over stempel]
[Kleine druk onderaan:]
Stadsdrukkerij Amsterdam
5266-3-42-50
--- Dit document is een administratieve instructie van de Amsterdamse wethouder van Financiën aan zijn collega van de sector Levensmiddelen. De kern van de brief is de noodzaak om de jaarrekening over 1941 zo snel mogelijk af te sluiten. Dit is noodzakelijk omdat de hoogte van de Rijksbijdragen (voor het dekken van gemeentelijke tekorten) afhankelijk is van de werkelijke resultaten van dat dienstjaar.
Opvallend is de wijziging in de deadline: de gedrukte datum van 31 maart is doorgestreept en vervangen door een rood stempel met "15 APR.", wat duidt op een klein uitstel van de administratieve deadline. De brief herinnert de diensten ook aan de correcte verwerking van openstaande kredieten en restanten volgens een besluit uit 1932.
--- De datum van het document, 18 maart 1942, plaatst de correspondentie midden in de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de toon strikt administratief is, is de context van cruciaal belang:
1. Financiële afhankelijkheid: De Nederlandse gemeenten waren tijdens de bezetting sterk afhankelijk van de centrale overheid (die onder toezicht stond van de bezetter) voor hun financiering, zeker aangezien de tekorten door de oorlogsomstandigheden opliepen.
2. Levensmiddelen: De ontvanger, de Wethouder voor de Levensmiddelen, beheerde een cruciaal departement in 1942. Dit was de tijd van toenemende schaarste, rantsoenering en de distributiebonnen. De administratieve precisie van dit departement was essentieel voor de voedselvoorziening van de stad.
3. Bestuur onder bezetting: In 1942 waren de democratisch gekozen gemeenteraden reeds buitenspel gezet of ontbonden. Het college van B&W functioneerde onder strikte richtlijnen van de bezetter, waarbij efficiëntie en controle over de geldstromen vooropstonden. De ondertekenaar, J. Walch, diende in het college onder de door de Duitsers benoemde burgemeester Edward Voûte.