Administratief vervolgblad (Vervolgblad 2) behorende bij een brief (Letter V.I. No. 86a).
Origineel
Administratief vervolgblad (Vervolgblad 2) behorende bij een brief (Letter V.I. No. 86a). 26 februari (jaartal niet vermeld op deze pagina, maar op basis van de inhoud te dateren in de Tweede Wereldoorlog, vermoedelijk 1943 of 1944). VERVOLGBLAD 2 VAN BRIEF LETTER V.I. No. 86$^a$ D.D. 26 Februari
| No. | Debiteur | Bedrag |
|---|---|---|
| Transport | $f$ 30.- | |
| 42. | J.Boeken | " 384.99 $\checkmark$ |
| 63. | N.P.de Koning | " 187.50 $\checkmark$ |
| $f$ 602.49 | ||
| =========== |
V. Rechtstreeks werd na aanmaning dezerzijds aan Uw dienst betaald:
| No. | Debiteur | Bedrag |
|---|---|---|
| 39. | J.Duyn | $f$ 50.- $\checkmark$ |
| 48. | C.Bot | " 25.- $\checkmark$ |
| $f$ 75.- | ||
| ========== |
Voor het thans geinde bedrag, groot $f$ 683.37 doe ik U bijgaand een creditnota toekomen. Naar gelang de vorderingen, waarvoor een regeling is getroffen, zullen worden ontvangen, zal afrekening met Uw dienst plaats vinden.
Het betrekkelijk hooge percentage der oninbare posten is, naast de omstandigheid, dat de gemeente rechtens voor een deel dier posten geen vordering heeft, te wijten aan de omstandigheid, dat de inning eerst na dikwijls langen tijd ter hand kon worden genomen en dat inmiddels vele der Joodsche debiteuren zich niet meer in Nederland bevinden.
Ik moge U derhalve verzoeken voortaan de inning van vorderingen welke met moeilijkheden gepaard gaat, zoo spoedig mogelijk aan de afdeeling Assurantiezaken ter verdere behandeling te zenden.
K./r
De Administrateur,
Hoofd van de Afdeeling,
[Handtekening] Dit document is een boekhoudkundige verantwoording van de afdeling Assurantiezaken aan een andere gemeentelijke dienst. De kern van het document is de uitleg over het hoge percentage "oninbare posten". De administrateur voert drie redenen aan waarom gelden niet geïnd kunnen worden:
1. Juridische beperkingen (de gemeente heeft voor sommige posten geen rechtmatige vordering).
2. Bureaucatische vertraging (het proces van inning startte vaak te laat).
3. De afwezigheid van debiteuren, waarbij expliciet wordt verwezen naar "Joodsche debiteuren" die "zich niet meer in Nederland bevinden".
Het document eindigt met een procesmatige instructie om problematische vorderingen in de toekomst sneller over te dragen aan de specialistische afdeling om verdere verliezen te voorkomen. Dit document vormt een kil administratief bewijs van de gevolgen van de Holocaust in Nederland tijdens de Duitse bezetting. De zinsnede dat Joodse debiteuren "zich niet meer in Nederland bevinden" is een bureaucratisch eufemisme voor de systematische deportatie van de Joodse bevolking naar de concentratie- en vernietigingskampen.
In de jaren 1942-1944 werden Joodse burgers uit de Nederlandse samenleving weggerukt, terwijl de gemeentelijke bureaucratie hun openstaande schulden en verzekeringskwesties bleef verwerken. Het document illustreert de "banaliteit van het kwaad": de ambtelijke continuïteit waarbij het lot van mensen wordt gereduceerd tot een financiële post die als "oninbaar" wordt weggeboekt. Het feit dat de administrateur dit aanvoert als een zakelijke verklaring voor een tegenvallend resultaat, laat zien hoe diep de gevolgen van de vervolging verweven waren met de dagelijkse administratie.