Ambtelijk concept-schrijven (met correcties en doorhalingen).
Origineel
Ambtelijk concept-schrijven (met correcties en doorhalingen). Mei 1942 (dag niet ingevuld). Waarschijnlijk de Directeur van de Centrale Markt te Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen (destijds J.J. van der Velde). 10/25/117
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Aldaar.
Verkorte balans per
ultimo Maart 1942
van het Bedrijf der
Centrale Markt.
--- Mei 1942
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circulaire van Uw Ambtsgenoot van de Financiën d.d. 20 Juli 1939 (no 910/203 Fin. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezes een verkorte balans per ultimo Maart 1942 van het bedrijf van de Centrale Markt te doen toekomen.
Ten aanzien van het te verwachten eindresultaat in 1942 kunnen [doorgehaald: thans nog geen mededeelingen] bezwaarlijk nu reeds verwachtingen worden uitgesproken; doch laat het zich aanzien dat de gedwongen liquidatie van [tussen de regels: op de Centrale markt gevestigde] Joodsche grossiers van grooten nadeeligen invloed zal zijn op de opbrengst van pachtkas huren en legesgelden. De overschrijding van het geraamde verliessaldo [tussen de regels: over 1942] is derhalve zeer waarschijnlijk.
[Initialen/Paraaf] Dit document is een ambtelijke brief waarin de financiële status van de Centrale Markt in Amsterdam wordt gerapporteerd aan de verantwoordelijke wethouder. De tekst is kenmerkend voor de bureaucratische verslaglegging tijdens de bezettingstijd, waarbij de gruwelijke werkelijkheid van de Jodenvervolging in koude, economische termen wordt gegoten.
De meest significante passage is de verwijzing naar de "gedwongen liquidatie van Joodsche grossiers". Hier wordt expliciet melding gemaakt van de arisering van de economie: Joodse ondernemers werden gedwongen hun bedrijven te sluiten of over te dragen. De schrijver van de brief analyseert dit niet vanuit moreel oogpunt, maar puur bedrijfseconomisch: het verdwijnen van deze ondernemers leidt tot een daling van de inkomsten uit pacht en huren, wat weer resulteert in een groter verliessaldo voor het marktwezen. De toevoeging "op de Centrale markt gevestigde" tussen de regels benadrukt de directe impact op deze specifieke locatie (de huidige Food Center Amsterdam-locatie in West). In mei 1942, de datum van dit document, was de rechteloosheid van de Joodse bevolking in Nederland bijna compleet. In diezelfde maand werd de Jodenster verplicht gesteld. De Centrale Markt was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in Amsterdam; het feit dat hier een aanzienlijk aantal Joodse grossiers actief was, maakte de economische impact van de deportaties en liquidaties direct voelbaar in de gemeentelijke administratie.
Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de Amsterdamse ambtenarij de effecten van de bezettingsmaatregelen verwerkte in hun reguliere financiële rapportages, waarbij het menselijk leed werd gereduceerd tot een post in een "verliessaldo".