Brief/Begeleidend schrijven bij een financiële verantwoording.
Origineel
Brief/Begeleidend schrijven bij een financiële verantwoording. Mei 1942 (betreft balans per ultimo maart 1942). Onbekend (geparafeerd onderaan). De Wethouder van Levensmiddelen, alhier (waarschijnlijk Den Haag, gezien de terminologie en archiefkenmerken). [Rood potlood:] 10/25/2 M
Den Heer Wethouder
v/d Levensmiddelen,
Alhier
Verkorte balans per ultimo
maart 1942 van het bedrijf
der Vischmarkt. -------- mei 1942
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de
circulaire van Uw Ambtgenoot v/den Financiën d.d.
20 Juli 1939 (No 910/203 Fin 1939) heb ik de eer U in
bijlage dezes een verkorte balans per ultimo Maart
1942 van het bedrijf van de Vischmarkt te doen
toekomen.
Ten aanzien van het te verwachten eindresultaat
voor 1942 heb ik de eer U te berichten, dat, als
gevolg van de U bekende maatregelen, de
omzet van visch op den afslag in den laatsten
tijd sterk is toegenomen; [doorgestreept: in het licht ten] [ingevoegd: in dit]
aanzien, dat de geraamde opbrengst uit hoofde
van heffingen op den aanvoer in de nog
resterende kwartalen belangrijk hooger zal zijn
dan oorspronkelijk op de begrooting werd geraamd.
Het [ingevoegd: dan ook] [doorgestreept: gewone] verlies zal [ingevoegd: dat] naar ik verwacht
beneden de raming blijven.
SD
ay Dit document is een ambtelijke brief gericht aan de wethouder van Levensmiddelen. De schrijver biedt een verkorte balans aan van de 'Vischmarkt' (visafslag) over het eerste kwartaal van 1942.
De kern van de boodschap is optimistisch van aard binnen een zakelijke context: de omzet van vis op de afslag is aanzienlijk gestegen als gevolg van niet nader gespecificeerde "bekende maatregelen". Hierdoor zullen de inkomsten uit heffingen op de aanvoer van vis hoger uitvallen dan begroot. De schrijver concludeert dat het verwachte exploitatietekort (verlies) voor het jaar 1942 hierdoor lager zal uitvallen dan aanvankelijk was ingeschat. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder van Levensmiddelen" is typerend voor deze periode, waarin de voedselvoorziening en distributie onder strikt overheidsbeheer stonden (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd).
De "bekende maatregelen" waarover gesproken wordt, hebben waarschijnlijk betrekking op de centralisatie van de visverkoop en de strikte regulering van de visserij door de bezetter en de Nederlandse distributieorganen. Hoewel de visserij op de Noordzee door de oorlogsvoering grotendeels stillag, werd er nog wel gevist op het IJsselmeer en in de kustwateren. De stijging in omzet en heffingen suggereert een effectievere (of strenger gecontroleerde) aanvoer naar de officiële marktkanalen ten koste van de zwarte markt. Rijksbureau