Getypt ambtelijk memorandum/instructie met handgeschreven toevoegingen.
Origineel
Getypt ambtelijk memorandum/instructie met handgeschreven toevoegingen. 15 januari 1942 (handgeschreven). Commandant Orde-Politie. 15 Januari 1942.
Vervolg telegram-
Ten vervolge op telegram van 13 Januari betreffende den
straathandel van Joden en Jodinnen wordt alsnog de aandacht erop
gevestigd, dat ook het innemen van standplaatsen door Joden en
Jodinnen onder het in het telegram vervatte verbod is begrepen.
- Eveneens mogen aan Joden geen ysvergunningen worden verleend.
De Jodenmarkten Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat blyven
uiteraard bestendigd.
Commandant Orde-Politie.
Z.O.Z. * **Inhoud:** Het document is een aanvullende instructie op een eerder verzonden telegram van 13 januari 1942. Het verduidelijkt dat het verbod op straathandel voor Joden ook geldt voor het innemen van vaste standplaatsen. Verder wordt expliciet vermeld dat er geen ijsvergunningen ("ysvergunningen") meer aan Joden verleend mogen worden.
- Uitzondering: De aangewezen "Jodenmarkten" (Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat) blijven vooralsnog bestaan. Dit diende om de Joodse economische activiteit te concentreren en te isoleren van de rest van de bevolking.
- Toon en Terminologie: De toon is strikt administratief en zakelijk. Het gebruik van de termen "Joden en Jodinnen" is typerend voor de segregatie-politiek van de bezetter.
- Organisatie: De "Commandant Orde-Politie" was verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen. De Orde-Politie was een onderdeel van de Nederlandse politie dat onder direct toezicht stond van de Duitse bezettingsautoriteiten (Sicherheitspolizei). Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in snel tempo aangescherpt en gesystematiseerd.
De maatregel is een voorbeeld van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. Door Joden te verbieden handel te drijven op straat of via standplaatsen, en door vergunningen in te trekken, werden zij systematisch van hun middelen van bestaan beroofd. De concentratie van Joodse handel op specifieke "Jodenmarkten" was een stap in het proces van gettoïsering en verdere isolatie, die uiteindelijk zou leiden tot de deportaties die later in 1942 op grote schaal begonnen. De datum van dit document (15 januari) ligt slechts vijf dagen voor de Wannseeconferentie, waar de nazi-top de praktische uitvoering van de "Endlösung" (de vernietiging van het Europese Jodendom) coördineerde. Politie Sicherheitspolizei
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een aanvullende instructie op een eerder verzonden telegram van 13 januari 1942. Het verduidelijkt dat het verbod op straathandel voor Joden ook geldt voor het innemen van vaste standplaatsen. Verder wordt expliciet vermeld dat er geen ijsvergunningen ("ysvergunningen") meer aan Joden verleend mogen worden.
- Uitzondering: De aangewezen "Jodenmarkten" (Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat) blijven vooralsnog bestaan. Dit diende om de Joodse economische activiteit te concentreren en te isoleren van de rest van de bevolking.
- Toon en Terminologie: De toon is strikt administratief en zakelijk. Het gebruik van de termen "Joden en Jodinnen" is typerend voor de segregatie-politiek van de bezetter.
- Organisatie: De "Commandant Orde-Politie" was verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen. De Orde-Politie was een onderdeel van de Nederlandse politie dat onder direct toezicht stond van de Duitse bezettingsautoriteiten (Sicherheitspolizei).
Historische Context
Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in snel tempo aangescherpt en gesystematiseerd.
De maatregel is een voorbeeld van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. Door Joden te verbieden handel te drijven op straat of via standplaatsen, en door vergunningen in te trekken, werden zij systematisch van hun middelen van bestaan beroofd. De concentratie van Joodse handel op specifieke "Jodenmarkten" was een stap in het proces van gettoïsering en verdere isolatie, die uiteindelijk zou leiden tot de deportaties die later in 1942 op grote schaal begonnen. De datum van dit document (15 januari) ligt slechts vijf dagen voor de Wannseeconferentie, waar de nazi-top de praktische uitvoering van de "Endlösung" (de vernietiging van het Europese Jodendom) coördineerde.