Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 334
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbericht/bekendmaking van de politie.

13 januari 1942 (handgeschreven linksboven). Van: Commissaris Orde Politie.

Origineel

Ambtsbericht/bekendmaking van de politie. 13 januari 1942 (handgeschreven linksboven). Commissaris Orde Politie. 13 Januari 1942

Vanaf heden is alle straathandel (met uitzondering van het opkoopen van lompen en oud ijzer) aan Joden verboden. De ventvergunningen der Joden zijn ingenomen. Indien een Jood nog met straathandel, bijvoorbeeld met bloemen of fruit zal worden aangetroffen, moet identiteit worden vastgesteld en een mededeeling hieromtrent worden ingezonden (aan het Hoofdbureau).

Commissaris Orde Politie.

z.o.z. Dit document is een directieve die de volledige uitsluiting van Joden van de straathandel in de publieke ruimte beveelt, met een zeer specifieke uitzondering voor de handel in afvalmaterialen (lompen en oud ijzer). Het bevel is dwingend: vergunningen zijn al ingenomen en overtreders moeten direct worden geïdentificeerd en gerapporteerd aan het hoofdbureau van politie.

De tekst is zakelijk en administratief van toon, wat de bureaucratische aard van de vervolging onderstreept. Het laat zien hoe de politie-organisatie werd ingezet als instrument om de anti-Joodse maatregelen van de bezetter te handhaven. De uitzondering voor lompen en oud ijzer is typerend; dit werk werd vaak als minderwaardig gezien maar was economisch nuttig voor de oorlogsindustrie van de bezetter. Dit document stamt uit januari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter in Nederland de mazen rond de Joodse bevolking steeds strakker aantrok. Sinds de inval in 1940 werd de Joodse gemeenschap stap voor stap geïsoleerd door middel van honderden verordeningen.

Het verbod op straathandel was een zware slag voor de Joodse bevolking, aangezien velen voor hun dagelijks brood afhankelijk waren van markthandel en venten (bijvoorbeeld met bloemen, fruit of textiel). Door hen hun bron van inkomsten te ontnemen, werd de economische basis van de gemeenschap systematisch vernietigd. Deze maatregel past in het grotere proces van 'ontmanning' en segregatie dat voorafging aan de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen, die later in 1942 op gang zouden komen. De term "Commissaris Orde Politie" duidt op een functionaris binnen het door de bezetter gecontroleerde politieapparaat.

Samenvatting

Dit document is een directieve die de volledige uitsluiting van Joden van de straathandel in de publieke ruimte beveelt, met een zeer specifieke uitzondering voor de handel in afvalmaterialen (lompen en oud ijzer). Het bevel is dwingend: vergunningen zijn al ingenomen en overtreders moeten direct worden geïdentificeerd en gerapporteerd aan het hoofdbureau van politie.

De tekst is zakelijk en administratief van toon, wat de bureaucratische aard van de vervolging onderstreept. Het laat zien hoe de politie-organisatie werd ingezet als instrument om de anti-Joodse maatregelen van de bezetter te handhaven. De uitzondering voor lompen en oud ijzer is typerend; dit werk werd vaak als minderwaardig gezien maar was economisch nuttig voor de oorlogsindustrie van de bezetter.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter in Nederland de mazen rond de Joodse bevolking steeds strakker aantrok. Sinds de inval in 1940 werd de Joodse gemeenschap stap voor stap geïsoleerd door middel van honderden verordeningen.

Het verbod op straathandel was een zware slag voor de Joodse bevolking, aangezien velen voor hun dagelijks brood afhankelijk waren van markthandel en venten (bijvoorbeeld met bloemen, fruit of textiel). Door hen hun bron van inkomsten te ontnemen, werd de economische basis van de gemeenschap systematisch vernietigd. Deze maatregel past in het grotere proces van 'ontmanning' en segregatie dat voorafging aan de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen, die later in 1942 op gang zouden komen. De term "Commissaris Orde Politie" duidt op een functionaris binnen het door de bezetter gecontroleerde politieapparaat.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1