Archiefdocument
Origineel
11 januari 1942. Dr. A. van der Laan, Algemeen Secretaris van de Joodsche Raad voor Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM VOORZITTERS: A. ASSCHER EN PROF. Dr. D. COHEN
TELEFOON 55003, 55136, 54970
POSTGIRO 417242
[In kader:]
Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. II A.S.
REF. vdL/LA
AMSTERDAM-C., 11 Januari 1942.
NIEUWE KEIZERSGRACHT 58
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m. W.
Mijnheer,
Hierbij doe ik U een brief toekomen, gericht aan een venter, die zich moest melden voor de werkverruiming. Deze brief is teruggekomen, aangezien de geadresseerde geen Jood is.
Hoogachtend,
namens den Joodschen Raad voor Amsterdam,
(Dr.A. van der Laan)
Algemeen Secretaris.
[Handgeschreven handtekening: Dr A v d Laan]
Bijlage.
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:]
opbergen
B
[Linksonder:] K 249 * Inhoud: De brief betreft een administratieve correctie. De Joodsche Raad retourneert een oproep voor de "werkverruiming" aan de Directeur van het Marktwezen, omdat de beoogde ontvanger (een straatventer) niet Joods blijkt te zijn.
* Taalgebruik: De brief is gesteld in een uiterst zakelijke en formele toon, typerend voor de bureaucratische omgang tussen de Raad en overheidsinstanties tijdens de bezetting.
* Administratieve sporen: De stempel rechtsboven en de handgeschreven notitie "opbergen" onderaan duiden erop dat dit het exemplaar is dat door de ontvangende instantie (het Marktwezen) is gearchiveerd. De afkortingen in de referentie (vdL) verwijzen naar de opsteller van de brief, Dr. A. van der Laan.
* Betekenis: Het document illustreert de precisie waarmee de Joodsche Raad gedwongen werd de administratie van de vervolging bij te houden. Zelfs een 'foutieve' oproep van een niet-Jood moest officieel worden gecorrigeerd en teruggestuurd. * Werkverruiming: Dit was een eufemisme voor gedwongen tewerkstelling. Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen op grote schaal opgeroepen voor werkkampen in Nederland. Dit vormde de opmaat naar de latere deportaties naar de vernietigingskampen in het oosten.
* De Joodsche Raad: Opgericht op last van de Duitse bezetter in februari 1941. De Raad kreeg de onmogelijke taak om de Joodse gemeenschap te besturen en Duitse bevelen uit te voeren. Voorzitters Asscher en Cohen meenden door medewerking de schade te kunnen beperken, maar werden hiermee onderdeel van het apparaat dat de deportaties faciliteerde.
* Het Marktwezen: Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam als marktkoopman of venter. De bezetter beperkte hun bewegingsvrijheid stapsgewijs: eerst door hen naar specifieke markten te verbannen en uiteindelijk door hen volledig uit het economische leven te stoten. De administratie van het Marktwezen was hierdoor een belangrijke bron voor de Joodsche Raad en de bezetter om Joodse burgers te lokaliseren voor tewerkstelling. Marktwezen