Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 20 januari 1942. A. van Kleef. Nº 18/3/30 M. 1942 $^{30}/_$ 20 Jan 1942
Mijne Heeren,
Met referte aan
Uw schrijven d.d. 22 Decer,
deel ik U mede, dat ik mijn
ventvergunning reeds op 9 Januari
j.l. in den Beurs voor den Diamanthandel
heb ingeleverd.
Hoogachtend
A. v. Kleef
Sparreweg 6 II.
Amsterdam - O
(In potlood geschreven aan de linkerzijde: 12/1122) In deze zakelijke brief informeert A. van Kleef een niet nader genoemde instantie (vermoedelijk de gemeente of een beroepsorganisatie) over het feit dat zijn of haar ventvergunning al is ingeleverd. Dit gebeurde op 9 januari 1942 bij de Beurs voor den Diamanthandel. De brief is een reactie op een eerdere schrijven van de instantie van 22 december 1941.
De toon is formeel en beknopt. De vermelding van de "Beurs voor den Diamanthandel" als inleverpunt duidt op een sterke link met de diamantindustrie, een sector die destijds in Amsterdam van groot economisch belang was. De datum van de brief, 20 januari 1942, is historisch zeer beladen. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De brief moet gezien worden in het licht van de voortschrijdende anti-Joodse maatregelen.
- Uitsluiting uit het economisch leven: In deze periode werden Joodse Amsterdammers systematisch beroofd van hun middelen van bestaan. Ventvergunningen (vergunningen voor straathandel) van Joodse burgers werden ingetrokken.
- De Diamantsector: De diamantindustrie had een zeer grote Joodse arbeiders- en ondernemerspopulatie. De bezetter richtte zich specifiek op deze sector om bezittingen en vergunningen te confisqueren.
- Locatie: De Sparreweg ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel Joodse gezinnen woonden en die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de 'Joodse wijken'. Veel bewoners van deze straat zijn tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord.
- Betekenis: Het "vrijwillig" of op bevel inleveren van een ventvergunning was vaak een van de eerste stappen in de totale ontneming van rechten en middelen, die uiteindelijk leidde tot deportatie. De administratieve stempels bovenin de brief wijzen op de bureaucratische verwerking van dit proces door de (lokale) overheid onder toezicht van de bezetter. A. van Kleef
Samenvatting
In deze zakelijke brief informeert A. van Kleef een niet nader genoemde instantie (vermoedelijk de gemeente of een beroepsorganisatie) over het feit dat zijn of haar ventvergunning al is ingeleverd. Dit gebeurde op 9 januari 1942 bij de Beurs voor den Diamanthandel. De brief is een reactie op een eerdere schrijven van de instantie van 22 december 1941.
De toon is formeel en beknopt. De vermelding van de "Beurs voor den Diamanthandel" als inleverpunt duidt op een sterke link met de diamantindustrie, een sector die destijds in Amsterdam van groot economisch belang was.
Historische Context
De datum van de brief, 20 januari 1942, is historisch zeer beladen. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De brief moet gezien worden in het licht van de voortschrijdende anti-Joodse maatregelen.
- Uitsluiting uit het economisch leven: In deze periode werden Joodse Amsterdammers systematisch beroofd van hun middelen van bestaan. Ventvergunningen (vergunningen voor straathandel) van Joodse burgers werden ingetrokken.
- De Diamantsector: De diamantindustrie had een zeer grote Joodse arbeiders- en ondernemerspopulatie. De bezetter richtte zich specifiek op deze sector om bezittingen en vergunningen te confisqueren.
- Locatie: De Sparreweg ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel Joodse gezinnen woonden en die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de 'Joodse wijken'. Veel bewoners van deze straat zijn tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord.
- Betekenis: Het "vrijwillig" of op bevel inleveren van een ventvergunning was vaak een van de eerste stappen in de totale ontneming van rechten en middelen, die uiteindelijk leidde tot deportatie. De administratieve stempels bovenin de brief wijzen op de bureaucratische verwerking van dit proces door de (lokale) overheid onder toezicht van de bezetter.