Ambtelijke notitie/memo op een standaardformulier ("Alg. Zaken Model No. 14").
Origineel
Ambtelijke notitie/memo op een standaardformulier ("Alg. Zaken Model No. 14"). [Bovenaan rechts]
188 (omcirkeld)
[Bovenaan links]
18/3/29 M 1942
[Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. ~~37/12/1 1932~~
22/1/42
DOORGEZONDEN: ~~22/1/42~~
[Handgeschreven datum]
30/1 - 42.
[Hoofdtekst]
Aan Verz. afd. med. m.i. wordt
bericht, dat de Heer Presser zijn
ventvergunning moet inleveren.
Bij keuring zal dan worden uit-
gemaakt of Presser in de werk-
verruiming zal worden opgenomen.
[Onderkant rechts]
4 - 2 - 42
de Haan
[Aantekening in rood potlood, linksonder]
Voorleggen op Werk. bur.
[paraf]
[Voorgedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De tekst is een ambtelijke instructie of mededeling betreffende het intrekken van een economisch recht van een burger. De essentie is dat de "Heer Presser" zijn ventvergunning (het recht om op straat handel te drijven) moet inleveren. Vervolgens zal hij een medische keuring ondergaan om te bepalen of hij geschikt is voor de "werkverruiming".
De afkortingen in de eerste regel (Verz. afd. med. m.i.) staan vermoedelijk voor "Verzorgingsafdeling medegedeeld met instructie" of "mijns inziens". De instructie in rood potlood ("Voorleggen op Werk. bur.") verwijst naar het Werkbureau, de instantie die verantwoordelijk was voor de uitvoering van de werkverruimingsprojecten. Dit document is opgesteld in januari/februari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door een snelle opeenvolging van anti-Joodse maatregelen. Het intrekken van ventvergunningen was een specifieke methode van de bezetter om Joodse Nederlanders hun bron van inkomsten te ontnemen en hen economisch te isoleren.
De naam "Presser" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Nederland. De verwijzing naar de "werkverruiming" is in dit tijdsbestek zeer specifiek: vanaf januari 1942 werden Joodse mannen door de bezetter gedwongen tewerkgesteld in zogenaamde Joodse werkverruimingskampen binnen Nederland. Deze kampen dienden als voorstadium voor de latere deportaties naar de vernietigingskampen. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee personen stap voor stap uit de maatschappij werden verwijderd en in het systeem van dwangarbeid werden gesluisd. M. No
Samenvatting
De tekst is een ambtelijke instructie of mededeling betreffende het intrekken van een economisch recht van een burger. De essentie is dat de "Heer Presser" zijn ventvergunning (het recht om op straat handel te drijven) moet inleveren. Vervolgens zal hij een medische keuring ondergaan om te bepalen of hij geschikt is voor de "werkverruiming".
De afkortingen in de eerste regel (Verz. afd. med. m.i.) staan vermoedelijk voor "Verzorgingsafdeling medegedeeld met instructie" of "mijns inziens". De instructie in rood potlood ("Voorleggen op Werk. bur.") verwijst naar het Werkbureau, de instantie die verantwoordelijk was voor de uitvoering van de werkverruimingsprojecten.
Historische Context
Dit document is opgesteld in januari/februari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door een snelle opeenvolging van anti-Joodse maatregelen. Het intrekken van ventvergunningen was een specifieke methode van de bezetter om Joodse Nederlanders hun bron van inkomsten te ontnemen en hen economisch te isoleren.
De naam "Presser" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Nederland. De verwijzing naar de "werkverruiming" is in dit tijdsbestek zeer specifiek: vanaf januari 1942 werden Joodse mannen door de bezetter gedwongen tewerkgesteld in zogenaamde Joodse werkverruimingskampen binnen Nederland. Deze kampen dienden als voorstadium voor de latere deportaties naar de vernietigingskampen. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee personen stap voor stap uit de maatschappij werden verwijderd en in het systeem van dwangarbeid werden gesluisd.