Brief (getypte doorslag of kopie).
Origineel
Brief (getypte doorslag of kopie). 12 januari 1942. Directeur van de 'Vereeniging tot Werkverschaffing aan Hulpbehoevende Blinden'. De Directeur van het Marktwezen, Gewestelijk Arbeidsbureau, Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:]
Copie
[Handgeschreven rechtsboven:]
314
167
Amsterdam 12 Januari 1942.
Aan den Directeur van het Marktwezen,
Gewestelijk Arbeidsbureau,
Diamantbeurs,
Weesperplein,
A M S T E R D A M .
Weledelgestrenge Heer,
De Heer L.Presser, wonende Blasiusstraat
117 (2), is als blinde te werk gesteld ib onze Inrichting aan
de Plantage Middenlaan. Daar hij in normale tijden des winters
in combinatie met een andere blinde breigoederen voor onze
Vereeniging verkoopt, is hij in het bezit gesteld van vent-
vergunning No. 2672.
De Heer Presser ontving Uw circulaire
d.d. 9 Januari inzake inlevering van deze vergunning.
Daar uit de bijgesloten circulaire blijkt,
dat aan deze inlevering verbonden is het in aanmerking komen
voor werkverruimingsarbeid, wijzen wij er U op, dat dit laatste
voor den Heer Presser in verband met zijn gezichtsvermogen
onmogelijk zou zijn. Daar hij bovendien van deze ventvergunning
geen persoonlijk gebruik maakt, doch uitsluitend in dienst van
onze Vereeniging, verzoeken wij U beleefd ons te willen berich-
ten, of onder deze omstandigheden inlevering achterwege kan
blijven.
Inmiddels,
Hoogachtend,
Vereeniging tot Werkverschaffing
aan Hulpbehoevende Blinden.
Directeur. Deze brief is een verzoek van de 'Vereeniging tot Werkverschaffing aan Hulpbehoevende Blinden' aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De vereniging zet zich in voor de heer L. Presser, een blinde man die bij hen werkzaam is.
De kern van de brief is een bezwaar tegen de eis dat de heer Presser zijn ventvergunning moet inleveren. De afzender voert twee argumenten aan:
1. De inlevering van de vergunning is bedoeld om mensen beschikbaar te stellen voor 'werkverruimingsarbeid' (tewerkstelling), maar dit is voor een blinde man fysiek onmogelijk.
2. De vergunning wordt niet voor privédoeleinden gebruikt, maar uitsluitend voor de verkoop van producten ten bate van de vereniging.
De vereniging verzoekt daarom om een uitzondering, zodat de heer Presser zijn vergunning mag behouden. De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierdoor zeer beladen:
- Anti-Joodse maatregelen: De naam Presser en het adres in de Blasiusstraat (gelegen in de Oosterparkbuurt) suggereren dat het hier om een Joodse man gaat. In deze periode werden de maatregelen tegen Joden steeds strenger. Het intrekken van vergunningen was een methode om Joden uit het economische leven te stoten.
- Werkverruiming en dwangarbeid: De term 'werkverruimingsarbeid' was in 1942 vaak een eufemisme voor de inzet in werkkampen. Juist in januari 1942 begonnen de grootschalige oproepen voor Joodse mannen voor de Joodse werkkampen in Nederland, wat een voorstadium was van de deportaties.
- Locatie: De vermelding van de 'Diamantbeurs' aan het Weesperplein als zetel van het Gewestelijk Arbeidsbureau is historisch significant; dit gebouw was door de bezetter gevorderd en speelde een centrale rol in de (gedwongen) arbeidsbemiddeling.
- Sociale zorg: De brief toont hoe maatschappelijke organisaties probeerden hun kwetsbare leden te beschermen tegen de bureaucratische en vaak kwaadwillende maatregelen van de bezettingsautoriteiten door te wijzen op fysieke ongeschiktheid voor arbeid. L. Presser Marktwezen