Handgeschreven brief/kennisgeving.
Origineel
Handgeschreven brief/kennisgeving. In de tekst wordt verwezen naar 25 november (vermoedelijk 1941). De stempel bovenin dateert de administratieve verwerking op 1942. J. Koopman, Vrolikstraat 297, Amsterdam. Onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (mogelijk de Dienst der Publieke Werken of de Sociale Dienst). № 18 / 3 35 M. 1942 2/2
Meneer.
Bij deze deel ik u mede als dat
ik van af 25 November mijn
Vent vergunning aan. M. S.
heeft moeten inleveren . Als dat
ik van die datum reeds in de
Steun zit
Hoogachtend
J. Koopman
Vrolikstraat 297
[Onderaan rechts:]
EZ/hg In dit document stelt de afzender, J. Koopman, een overheidsinstantie op de hoogte van een wijziging in zijn sociaal-economische status. Hij meldt dat hij zijn 'ventvergunning' (de toestemming om goederen op straat te verkopen) heeft moeten inleveren bij de "M.S." (vermoedelijk de afdeling Markt- en Straathandel van de gemeente).
Het taalgebruik is kenmerkend voor de tijd en het milieu van de schrijver, met constructies zoals "als dat ik". De essentie van de brief is de mededeling dat hij sinds de inlevering van zijn vergunning "in de Steun zit". Dit betekent dat hij voor zijn levensonderhoud afhankelijk is geworden van een werkloosheidsuitkering of armenzorg. De brief dient waarschijnlijk als bewijsstuk of melding voor de administratieve afwikkeling van zijn uitkering. Het document dateert uit 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Vrolikstraat in Amsterdam was een straat in een volksbuurt waar veel kleine zelfstandigen en arbeiders woonden. Tijdens de bezetting werden regels rondom vergunningen voor straathandel steeds strenger gehandhaafd en werden veel vergunningen van (met name Joodse) burgers ingetrokken.
Hoewel de brief niet expliciet melding maakt van de reden van intrekking, illustreert het de bureaucratische realiteit van die tijd: de noodzaak om elke verandering in werk of inkomen direct te melden aan de instanties om aanspraak te kunnen maken op 'de Steun'. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een Amsterdamse burger in oorlogstijd. J. Koopman Vrolikstraat 297 (Koopman) Publieke Werken
Samenvatting
In dit document stelt de afzender, J. Koopman, een overheidsinstantie op de hoogte van een wijziging in zijn sociaal-economische status. Hij meldt dat hij zijn 'ventvergunning' (de toestemming om goederen op straat te verkopen) heeft moeten inleveren bij de "M.S." (vermoedelijk de afdeling Markt- en Straathandel van de gemeente).
Het taalgebruik is kenmerkend voor de tijd en het milieu van de schrijver, met constructies zoals "als dat ik". De essentie van de brief is de mededeling dat hij sinds de inlevering van zijn vergunning "in de Steun zit". Dit betekent dat hij voor zijn levensonderhoud afhankelijk is geworden van een werkloosheidsuitkering of armenzorg. De brief dient waarschijnlijk als bewijsstuk of melding voor de administratieve afwikkeling van zijn uitkering.
Historische Context
Het document dateert uit 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Vrolikstraat in Amsterdam was een straat in een volksbuurt waar veel kleine zelfstandigen en arbeiders woonden. Tijdens de bezetting werden regels rondom vergunningen voor straathandel steeds strenger gehandhaafd en werden veel vergunningen van (met name Joodse) burgers ingetrokken.
Hoewel de brief niet expliciet melding maakt van de reden van intrekking, illustreert het de bureaucratische realiteit van die tijd: de noodzaak om elke verandering in werk of inkomen direct te melden aan de instanties om aanspraak te kunnen maken op 'de Steun'. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een Amsterdamse burger in oorlogstijd.