Brief (doorslag/kopie).
Origineel
Brief (doorslag/kopie). 5 februari 1942. Onbekend (ondertekend door "De Directeur"). Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Den Haag. [Handgeschreven notitie in blauw potlood:]
Verzonden 5/2
[Getypte tekst:]
den Heer Directeur van de Neder-
landsche Groenten- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
D e n H a a g .
18/3/41 M 4 5 Februari 1942.
In bylage dezes heb ik de eer U de erkenningskaarten te doen toekomen ten name van:
H.Gobits, Groep K No.56595
B.Hakker, Groep K No.49000
M.Koopman, Groep K No.56682
S.Zoute, Groep K No.37899,
welke kaarten my door den vertegenwoordiger van den Rykscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied te Amsterdam zyn gezonden, onder mededeeling, dat deze personen het verder handeldryven is verboden.
Het komt my derhalve gewenscht voor, dat deze kaarten door Uw Centrale worden ingetrokken.
De Directeur, In dit document wordt de opdracht gegeven om de "erkenningskaarten" (vergunningen om handel te drijven in groenten en fruit) in te trekken van vier personen: H. Gobits, B. Hakker, M. Koopman en S. Zoute. De directe aanleiding is een verbod op "verder handeldryven" opgelegd door de Rijkscommissaris (het nazi-bestuur in Nederland). De brief is een voorbeeld van de ambtelijke uitvoering van uitsluitingsmaatregelen tijdens de bezetting. Het document dateert van februari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Joodse bevolking in Nederland stapsgewijs uit het economische en openbare leven verbande. De vier genoemde achternamen (Gobits, Hakker, Koopman en Zoute) zijn typisch Joods-Nederlandse namen. De intrekking van deze vergunningen via de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" is een tastbaar bewijs van de 'ontjoodsing' van de handel. Door deze mensen hun erkenning te ontnemen, werd hen hun legaal middel van bestaan ontnomen, dikwijls als voorbode van verdere vervolging en deportatie. De vermelding van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart) onderstreept dat deze maatregelen van het hoogste bezettingsniveau afkomstig waren.
Samenvatting
In dit document wordt de opdracht gegeven om de "erkenningskaarten" (vergunningen om handel te drijven in groenten en fruit) in te trekken van vier personen: H. Gobits, B. Hakker, M. Koopman en S. Zoute. De directe aanleiding is een verbod op "verder handeldryven" opgelegd door de Rijkscommissaris (het nazi-bestuur in Nederland). De brief is een voorbeeld van de ambtelijke uitvoering van uitsluitingsmaatregelen tijdens de bezetting.
Historische Context
Het document dateert van februari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Joodse bevolking in Nederland stapsgewijs uit het economische en openbare leven verbande. De vier genoemde achternamen (Gobits, Hakker, Koopman en Zoute) zijn typisch Joods-Nederlandse namen. De intrekking van deze vergunningen via de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" is een tastbaar bewijs van de 'ontjoodsing' van de handel. Door deze mensen hun erkenning te ontnemen, werd hen hun legaal middel van bestaan ontnomen, dikwijls als voorbode van verdere vervolging en deportatie. De vermelding van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart) onderstreept dat deze maatregelen van het hoogste bezettingsniveau afkomstig waren.