Formele correspondentie (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Formele correspondentie (doorslag van een getypte brief). 10 februari 1942. De Directeur (van een niet nader genoemde dienst, mogelijk gelieerd aan de voedselvoorziening of economische zaken). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburgh 62, 's-Gravenhage. [Handgeschreven]: Verzonden 10/2
de Nederlandsche Groenten-
en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburgh 62,
's-Gravenhage.
18/3/44 M. 1 10 Februari 1942.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 5 dezer (No.18/3/41 M.) doe
ik U in bijlage dezes toekomen:
Erkenningskaart Groep K no.38832 ten name van J.Jacobs,
welke kaart door Jacobs voornoemd bij mijn dienst is ingeleverd (is
Joodsch kleinhandelaar).
Het lijkt mij gewenscht, dat ook deze kaart door Uw Centrale
wordt ingetrokken.
De Directeur, Dit document is een sprekend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De brief betreft het retourneren en laten intrekken van een zogenaamde 'Erkenningskaart' van een handelaar genaamd J. Jacobs.
De kern van de brief ligt in de toevoeging tussen haakjes: "(is Joodsch kleinhandelaar)". Dit is de expliciete en enige reden die wordt aangevoerd om de kaart, die Jacobs reeds bij de betreffende dienst had moeten inleveren, door de Groenten- en Fruitcentrale officieel te laten intrekken. Hiermee werd Jacobs de wettelijke basis ontnomen om zijn beroep nog langer uit te oefenen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de bezetter een stapsgewijze politiek van economische eliminatie van de Joodse bevolking (ook wel 'Arisering' genoemd). Via diverse verordeningen werden Joodse ondernemers eerst geregistreerd, vervolgens onder toezicht geplaatst en uiteindelijk gedwongen hun bedrijf te sluiten of over te dragen.
De 'Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale' was een van de vele bedrijfsschappen die in die tijd de markt reguleerden. Het intrekken van erkenningen en vergunningen op basis van afkomst was een essentieel onderdeel van het proces om Joden volledig uit het economische en maatschappelijke leven te stoten. Deze brief dateert van februari 1942, de periode vlak voordat de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. J. Jacobs
Samenvatting
Dit document is een sprekend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De brief betreft het retourneren en laten intrekken van een zogenaamde 'Erkenningskaart' van een handelaar genaamd J. Jacobs.
De kern van de brief ligt in de toevoeging tussen haakjes: "(is Joodsch kleinhandelaar)". Dit is de expliciete en enige reden die wordt aangevoerd om de kaart, die Jacobs reeds bij de betreffende dienst had moeten inleveren, door de Groenten- en Fruitcentrale officieel te laten intrekken. Hiermee werd Jacobs de wettelijke basis ontnomen om zijn beroep nog langer uit te oefenen.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de bezetter een stapsgewijze politiek van economische eliminatie van de Joodse bevolking (ook wel 'Arisering' genoemd). Via diverse verordeningen werden Joodse ondernemers eerst geregistreerd, vervolgens onder toezicht geplaatst en uiteindelijk gedwongen hun bedrijf te sluiten of over te dragen.
De 'Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale' was een van de vele bedrijfsschappen die in die tijd de markt reguleerden. Het intrekken van erkenningen en vergunningen op basis van afkomst was een essentieel onderdeel van het proces om Joden volledig uit het economische en maatschappelijke leven te stoten. Deze brief dateert van februari 1942, de periode vlak voordat de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen begonnen.