Handgeschreven brief (verzoek/kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoek/kennisgeving). 12 maart 1942. Een anonieme bloemenkoopman van Joodse afkomst (naam niet vermeld op deze zijde). Noot: De spelling en interpunctie van het origineel zijn aangehouden.
№ 18 / 3 / 50 M. 1942 13/3
Amsterdam 12-3. 42
[onleesbare paraaf/krabbel]
Aan den WelEd. Heer
Directeur.
v/h Marktwezen te A.dam.
WelEd. Heer
Onderteekende is zoo vrij dit
schrijven tot U te richten
n.l. zoo U wel bekend zal
zijn is mijn ventvergunning
als bloemenkoopman
ingetrokken begin Januari
1942 daar ik van Joodschen
afkomst ben. Half Februari
l.l. werd ik gekeurd voor
de werkverschaffing. Heden morgen
12-3-42 kwam een Mijn Heer
bij mij die mij vertelde dat
ik een bewijs in ontvangst moest
komen nemen dat ik voor
alle werkzaamheden ben
afgekeurd. De brief is een direct getuigenis van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver meldt twee belangrijke gebeurtenissen:
1. Economische uitsluiting: De intrekking van de "ventvergunning" (om bloemen te verkopen) in januari 1942 uitsluitend vanwege "Joodschen afkomst". Dit was onderdeel van de reeks anti-Joodse maatregelen om Joden uit het economische leven te weren.
2. Gezondheid en arbeid: De schrijver is medio februari medisch gekeurd voor de "werkverschaffing" (gedwongen tewerkstelling). Op de dag van schrijven is de persoon mondeling medegedeeld dat hij voor alle werkzaamheden is "afgekeurd".
De toon van de brief is opvallend formeel en beleefd ("is zoo vrij dit schrijven tot U te richten"), wat typerend was voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, zelfs onder dergelijke discriminerende en hachelijke omstandigheden. Begin 1942 werd het net rond de Joodse bevolking in Nederland steeds nauwer aangetrokken. Naast het verbod op beroepen en het intrekken van vergunningen, begon in deze periode de voorbereiding voor de grootschalige tewerkstelling in werkkampen in Nederland, die vaak als voorportaal dienden voor deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen.
De afdeling Marktwezen in Amsterdam voerde de verordeningen van de bezetter strikt uit, wat leidde tot het broodloos maken van honderden Joodse marktkooplui en straatventers. Deze brief illustreert hoe een individu probeert te navigeren in de bureaucratische realiteit van de vervolging, door zijn status van arbeidsongeschiktheid te melden aan de instantie die eerder zijn broodwinning had afgepakt. Marktwezen
Samenvatting
De brief is een direct getuigenis van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver meldt twee belangrijke gebeurtenissen:
1. Economische uitsluiting: De intrekking van de "ventvergunning" (om bloemen te verkopen) in januari 1942 uitsluitend vanwege "Joodschen afkomst". Dit was onderdeel van de reeks anti-Joodse maatregelen om Joden uit het economische leven te weren.
2. Gezondheid en arbeid: De schrijver is medio februari medisch gekeurd voor de "werkverschaffing" (gedwongen tewerkstelling). Op de dag van schrijven is de persoon mondeling medegedeeld dat hij voor alle werkzaamheden is "afgekeurd".
De toon van de brief is opvallend formeel en beleefd ("is zoo vrij dit schrijven tot U te richten"), wat typerend was voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, zelfs onder dergelijke discriminerende en hachelijke omstandigheden.
Historische Context
Begin 1942 werd het net rond de Joodse bevolking in Nederland steeds nauwer aangetrokken. Naast het verbod op beroepen en het intrekken van vergunningen, begon in deze periode de voorbereiding voor de grootschalige tewerkstelling in werkkampen in Nederland, die vaak als voorportaal dienden voor deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen.
De afdeling Marktwezen in Amsterdam voerde de verordeningen van de bezetter strikt uit, wat leidde tot het broodloos maken van honderden Joodse marktkooplui en straatventers. Deze brief illustreert hoe een individu probeert te navigeren in de bureaucratische realiteit van de vervolging, door zijn status van arbeidsongeschiktheid te melden aan de instantie die eerder zijn broodwinning had afgepakt.