Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 3 juni 1942. M. Proost, Utrechtsche Dwarsstraat 88, Amsterdam (lid van de N.S.B.). No.46A/283/1 M. Afschrift.
Amsterdam, 3 Juni 1942.
Mijnheer de Insecteur
Het wel dat U (je heb geen toewijzing gehad in ,39 en,40) letter
lijk bij uw op wordt genomen, in die jaren bestonden immers geen
toewijzingen Ook maakt, u geen onderscheid tusschen moedwil en
ongeluk. Het is immers buiten mijn schuld dat aan een sleepende
ziekte heb geleden, waarvan ik de bewijzen bij mij had waarvan
U maar heel weinig nota van nam trouwens de uitdrukking dat Uw
geen man van 70 jaar met visch de weg op stuurt is voor mij al
rede genoeg te constateeren, dat al kon u mij helpen u het toch
niet doen zou Een der leden van de commissie zij mij als u wil
dat u mij wel helpen kunt en het komt mij even goed toe dan
mensen die nooit op de^markt zijn geweest of jaarenlang bij de
stadsreiniging of stratenmaker zijn geweest het lijkt bij u wel
een schande te zijn wanneer op leeftijd zijn brood wil verdienen
Nu kan ik gaan bedelen op mijn leef want u verbiedt mij mijn
brood te verdienen terwijl zelfs nog joden Met toewijzingen op
zak loopen hoe denkt de duitsche instantie hier over mijnheer de
Inspekteur! ?
Duidt U mij dit schrijven niet ten kwade, ik wilde van
morgen niet te veel van uw kostbare tijd vergen en daarom zeg ik
het u nu maar schriftelijk.
Met hoogachting,^2
w.g.M.Proost, Utrechtsche dw.str.88
N.S.B. uit principe. * Inhoud: De 70-jarige M. Proost beklaagt zich over het feit dat hij geen vergunning ("toewijzing") krijgt om met vis te venten. De inspecteur zou dit hebben geweigerd omdat Proost in 1939 en 1940 geen vergunning had en omdat hij hem te oud vindt voor het zware werk. Proost voert aan dat hij in die jaren ziek was en dat hij liever werkt dan bedelt.
* Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een gefrustreerde, dwingende toon. Er staan diverse spel- en grammaticafouten in (zoals "Insecteur" in de aanhef, "zij mij" in plaats van "zei mij", en "je heb"). Het taalgebruik is volks en direct.
* Ideologische lading: Proost identificeert zich expliciet als lid van de N.S.B. ("uit principe"). Hij gebruikt dit lidmaatschap als moreel pressiemiddel tegenover de ambtenaar.
* Antisemitisme: De brief bevat een antisemitische opmerking ("terwijl zelfs nog joden Met toewijzingen op zak loopen"). Dit duidt op de wrevel van collaborateurs die vonden dat zij, als medestanders van de bezetter, voorrang moesten krijgen op economisch gebied ten koste van de vervolgde Joodse bevolking.
* Dreigement: De schrijver dreigt indirect door te vragen wat de "duitsche instantie" (de bezetter) van deze gang van zaken zou vinden, een veelgebruikte tactiek van NSB-ers om hun zin te krijgen bij Nederlandse ambtenaren. Dit document stamt uit juni 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland in volle gang was (de Jodenster was een maand eerder ingevoerd). Tegelijkertijd probeerden leden van de Nationaal-Socialistische Beweging (N.S.B.) vaak hun politieke voorkeur te verzilveren voor persoonlijke of economische voordelen.
De "toewijzingen" waarover gesproken wordt, hebben betrekking op de strikte regulering van de handel door de overheid tijdens de bezetting, vaak ingegeven door schaarste en distributiemaatregelen. Het feit dat dit een "Afschrift" is, suggereert dat de brief is opgenomen in een dossier van een officiële instantie, mogelijk als bewijslast in een bezwaarprocedure of een onderzoek naar de houding van de betreffende inspecteur.