Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 25 maart 1942. G. Roovelaar, President Brandstraat 8 II, Amsterdam-Oost. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. No 18/3/62 M. 1942 26/3
Amsterdam 25 Maart 1942.
Directie van het Marktwezen
Alhier.
M.H.
Zeer aangenaam zou het mij zijn van U Ed te vernemen, of het misschien mogelijk is in aanmerking te komen voor een standplaats met consumptie ijs voor de firma C. Jamin. Zulks op grond van het feit dat ik reeds jaren een plaats in nam op het [doorgehaald: marktplein] O.M. ook met groenten en fruit. Zeer gaarne had ik dan van U Ed hieromtrent antwoord op dat dan misschien de mogelijkheid bestaat om uit het werkkamp te Gijsselte Dr te worden ontslagen en weer bij mijn gezin terug te keeren. Uw gunstig antwoord wachtend.
Hoogachtend.
G. Roovelaar
Pres Brandstraat 8 II
Amsterdam O,
P.S mijn ventvergunning bevindt zich in Uw bezit.
[Aantekening in de marge:]
m. insp
Roovelaar is vermoedelijk door gewest. Arb bureau naar Drente gezonden
D In deze brief verzoekt de heer G. Roovelaar de Directie van het Marktwezen om een standplaats voor de verkoop van Jamin-ijs. De achterliggende reden voor dit verzoek is tragisch en dwingend: de afzender bevindt zich op dat moment in een werkkamp in Gijsselte (Drenthe). Hij hoopt dat het verkrijgen van werk (een standplaats) in Amsterdam hem de mogelijkheid biedt om uit het kamp ontslagen te worden en terug te keren naar zijn gezin.
De brief is formeel en beleefd van toon ("U Ed", "M.H."), maar de ondertoon van wanhoop is voelbaar. Roovelaar verwijst naar zijn arbeidsverleden op de "O.M." (vermoedelijk de Oosterparkmarkt of Ooster Markt) om zijn geschiktheid aan te tonen. Een ambtelijke krabbel in de marge bevestigt dat hij waarschijnlijk via het Gewestelijk Arbeidsbureau naar Drenthe is gezonden. De brief dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van het "werkkamp te Gijsselte" is cruciaal. Begin 1942 werden veel Joodse mannen via de werkverruiming (Rijksdienst voor de Werkverruiming) naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd. Hoewel deze kampen aanvankelijk een civiel karakter leken te hebben, fungeerden ze in de praktijk vaak als voorstadium voor deportatie naar de concentratiekampen.
De President Brandstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt met een grote Joodse populatie. De poging van Roovelaar om via een officiële werkvergunning ("ventvergunning") een 'Sperre' of vrijstelling van kampverblijf te krijgen, was een veelvoorkomende strategie van wanhoop in die tijd. De firma Jamin was destijds een zeer bekende snoep- en ijsfabrikant die veel met kleine wederverkopers werkte. De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid waarin burgers probeerden te overleven onder het regime van de bezetter. C. Jamin G. Roovelaar M.H. Marktwezen