Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). 31 maart 1942. De Directeur (niet nader genoemd; initialen rechtsboven: VD/HG). Mevr. E. de Goede, Spitskopstraat 3 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven tekst bovenaan:] Verzonden 1/4
[Rechtsboven:] VD/HG.
Mevr. E. de Goede,
Spitskopstraat 3 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
18/3/64 M. 1 31 Maart 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 dezer deel ik U mede, dat U zich omtrent de onderhavige aangelegenheid kunt wenden tot het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Afdeeling Werkverruiming, Galerij 15 - 26.
Mijn dienst heeft met de uitzending van venters naar werkkampen geenerlei bemoeiingen.
De door U ingesloten brief zend ik U hierbij weder terug.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van een niet nader gespecificeerde dienst reageert op een brief van Mevrouw De Goede. Hij verklaart dat zijn dienst geen bemoeienis heeft met het uitzenden van "venters" (straatverkopers) naar werkkampen. Hij verwijst haar door naar het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Afdeeling Werkverruiming, en retourneert een door haar bijgesloten brief.
* Toon: De brief is kort, formeel en strikt bureaucratisch. De schrijver distantieert zich direct van de verantwoordelijkheid voor de "onderhavige aangelegenheid".
* Administratieve sporen: De datum "31 Maart 1942" en de handgeschreven aantekening "Verzonden 1/4" laten zien dat de brief de volgende dag is verstuurd. De code "18/3/64 M." verwijst waarschijnlijk naar een dossier- of archiefnummer. * Historische periode: De brief is gedateerd in maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de dwangarbeid en de inzet van werklozen in werkkampen (zoals de Rijkswerkkampen) werd geïntensiveerd.
* Relevantie "venters": In 1942 werden veel zelfstandigen zonder vaste werkplek, waaronder veel Joodse venters in Amsterdam, door de bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties aangemerkt als "werkloos" of "overtollig" en vervolgens naar werkkampen gestuurd. De Spitskopstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een grote Joodse bevolkingsgroep kende.
* Instanties: De "Afdeeling Werkverruiming" van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken was direct betrokken bij de selectie en uitzending van Amsterdammers naar de werkkampen. De weigering van de afzender om de brief in behandeling te nemen, is tekenend voor de bureaucratische doolhof waar burgers in die tijd mee te maken kregen als ze probeerden informatie te krijgen over familieleden of bekenden die naar kampen waren gestuurd. De Goede (Mevrouw) E. de Goede
Samenvatting
- Inhoud: De directeur van een niet nader gespecificeerde dienst reageert op een brief van Mevrouw De Goede. Hij verklaart dat zijn dienst geen bemoeienis heeft met het uitzenden van "venters" (straatverkopers) naar werkkampen. Hij verwijst haar door naar het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Afdeeling Werkverruiming, en retourneert een door haar bijgesloten brief.
- Toon: De brief is kort, formeel en strikt bureaucratisch. De schrijver distantieert zich direct van de verantwoordelijkheid voor de "onderhavige aangelegenheid".
- Administratieve sporen: De datum "31 Maart 1942" en de handgeschreven aantekening "Verzonden 1/4" laten zien dat de brief de volgende dag is verstuurd. De code "18/3/64 M." verwijst waarschijnlijk naar een dossier- of archiefnummer.
Historische Context
- Historische periode: De brief is gedateerd in maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de dwangarbeid en de inzet van werklozen in werkkampen (zoals de Rijkswerkkampen) werd geïntensiveerd.
- Relevantie "venters": In 1942 werden veel zelfstandigen zonder vaste werkplek, waaronder veel Joodse venters in Amsterdam, door de bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties aangemerkt als "werkloos" of "overtollig" en vervolgens naar werkkampen gestuurd. De Spitskopstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een grote Joodse bevolkingsgroep kende.
- Instanties: De "Afdeeling Werkverruiming" van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken was direct betrokken bij de selectie en uitzending van Amsterdammers naar de werkkampen. De weigering van de afzender om de brief in behandeling te nemen, is tekenend voor de bureaucratische doolhof waar burgers in die tijd mee te maken kregen als ze probeerden informatie te krijgen over familieleden of bekenden die naar kampen waren gestuurd.