Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 31 maart 1942. "De Directeur" (instantie niet expliciet vermeld op deze doorslag, mogelijk de Joodse Raad of een gemeentelijke afdeling). Den Heer A. Rooseelaar, Pres. Brandstraat 8 I, Amsterdam-Oost. verzonden 1/4 [handgeschreven]
VD/HG.
den Heer A. Rooseelaar,
Pres. Brandstraat 8 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
18/3/66 M. 31 Maart 1942.
Naar aanleiding van het in Uw brief van 25 dezer vervatte verzoek deel ik U mede, dat U zich hieromtrent dient te wenden tot den Burgemeester van Amsterdam.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een korte, formele reactie op een brief van Abraham Rooseelaar van 25 maart 1942. De inhoud van het verzoek van Rooseelaar wordt niet genoemd, maar hij wordt voor de afhandeling ervan doorverwezen naar de burgemeester van Amsterdam.
* Persoon: De geadresseerde is Abraham Rooseelaar (geboren 1892). Hij woonde op het adres President Brandstraat 8-I in Amsterdam.
* Locatie: De President Brandstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Tijdens de bezetting was dit een wijk waar veel Joodse Amsterdammers gedwongen moesten gaan wonen (een zogenaamde "Judenviertel"). De toevoeging "Wijk 20" duidt op de administratieve indeling van de stad of de Joodse Raad.
* Tijdskader: Maart 1942 valt midden in de periode waarin de Duitse bezetter de druk op de Joodse bevolking opvoerde met steeds restrictievere verordeningen. * Historische context: In het voorjaar van 1942 werden de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties uit Nederland in gang gezet. Burgers in de Joodse wijken richtten vaak verzoeken tot instanties zoals de Joodse Raad voor de Joden in Amsterdam of de gemeente Amsterdam voor zaken als vrijstellingen ('Sperren'), vergunningen of informatie over nieuwe regels.
* Burgemeester van Amsterdam: De burgemeester naar wie verwezen wordt, was op dat moment Edward Voûte, een regeringscommissaris die collaboreerde met de Duitse bezetter.
* Archivaris-noot: Dit type documenten vormt vaak onderdeel van de administratieve nalatenschap van de Joodse Raad, die diende als intermediair tussen de bezetter en de Joodse bevolking. Abraham Rooseelaar is, volgens gegevens van Joods Monument, in 1943 weggevoerd en vermoord in Sobibor. Dit document is een tragisch getuigenis van de bureaucratische realiteit waarin hij zich kort voor zijn deportatie bevond. A. Rooseelaar Gemeente Amsterdam
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een korte, formele reactie op een brief van Abraham Rooseelaar van 25 maart 1942. De inhoud van het verzoek van Rooseelaar wordt niet genoemd, maar hij wordt voor de afhandeling ervan doorverwezen naar de burgemeester van Amsterdam.
- Persoon: De geadresseerde is Abraham Rooseelaar (geboren 1892). Hij woonde op het adres President Brandstraat 8-I in Amsterdam.
- Locatie: De President Brandstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Tijdens de bezetting was dit een wijk waar veel Joodse Amsterdammers gedwongen moesten gaan wonen (een zogenaamde "Judenviertel"). De toevoeging "Wijk 20" duidt op de administratieve indeling van de stad of de Joodse Raad.
- Tijdskader: Maart 1942 valt midden in de periode waarin de Duitse bezetter de druk op de Joodse bevolking opvoerde met steeds restrictievere verordeningen.
Historische Context
- Historische context: In het voorjaar van 1942 werden de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties uit Nederland in gang gezet. Burgers in de Joodse wijken richtten vaak verzoeken tot instanties zoals de Joodse Raad voor de Joden in Amsterdam of de gemeente Amsterdam voor zaken als vrijstellingen ('Sperren'), vergunningen of informatie over nieuwe regels.
- Burgemeester van Amsterdam: De burgemeester naar wie verwezen wordt, was op dat moment Edward Voûte, een regeringscommissaris die collaboreerde met de Duitse bezetter.
- Archivaris-noot: Dit type documenten vormt vaak onderdeel van de administratieve nalatenschap van de Joodse Raad, die diende als intermediair tussen de bezetter en de Joodse bevolking. Abraham Rooseelaar is, volgens gegevens van Joods Monument, in 1943 weggevoerd en vermoord in Sobibor. Dit document is een tragisch getuigenis van de bureaucratische realiteit waarin hij zich kort voor zijn deportatie bevond.