Typschrift (doorslag) van een officiële brief.
Origineel
Typschrift (doorslag) van een officiële brief. 28 april 1942. Een onbekende instantie (ondertekend door "De Directeur"). [Handgeschreven, paarse inkt:]
Verzonden 28/4
[Adresblok:]
den Heer S. Jas,
Rykswerkkamp
Gijzelte Kamer 7.
Drente.
[Kenmerk links:]
18/3/82 M
[Datum rechts:]
28 April 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 13 April
1942 bericht ik U, dat U zich met Uw verzoek dient te wenden
tot het Gewestelyk Arbeidsbureau, alhier.
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief is een kort, ambtelijk antwoord op een verzoek van de heer S. Jas. De inhoud is louter procedureel: de directeur deelt mee dat de schrijver zich met zijn verzoek tot het Gewestelijk Arbeidsbureau moet wenden. Het document is een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de vage typemachineletters op dun papier. Opvallend is het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' in woorden als "Rykswerkkamp" en "Gewestelyk", wat destijds gangbaar was in bepaalde administratieve spellingen.
De brief getuigt van de bureaucratische afhandeling van verzoeken van gevangenen of arbeiders in de werkkampen. De term "alhier" suggereert dat de afzender zich in dezelfde regio bevond als het genoemde Arbeidsbureau, waarschijnlijk in de buurt van het kamp of in een provinciale hoofdstad (zoals Assen). Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (1942) en werpt licht op het systeem van de Rijkswerkkampen in Nederland onder de Duitse bezetting.
- Rijkswerkkamp Gijzelte: Dit kamp lag nabij Pesse in Drenthe. Oorspronkelijk gebouwd voor de werkverschaffing in de jaren '30, werd het tijdens de bezetting vanaf januari 1942 ingezet voor de internering van Joodse mannen die dwangarbeid moesten verrichten.
- S. Jas: De geadresseerde is hoogstwaarschijnlijk Salomon Jas (geboren 1883), die in 1942 in kamp Gijzelte verbleef. Veel mannen in deze kampen werden in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar gedeporteerd naar vernietigingskampen.
- Historische betekenis: De brief illustreert de schijnbare normaliteit van de correspondentie tussen gevangenen in de werkkampen en de officiële instanties, terwijl op de achtergrond de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties in volle gang waren. Het doorverwijzen naar het Arbeidsbureau benadrukt hoe Joodse dwangarbeiders als louter administratieve eenheden binnen de arbeidsmarktregulering werden behandeld. S. Jas
Samenvatting
Deze brief is een kort, ambtelijk antwoord op een verzoek van de heer S. Jas. De inhoud is louter procedureel: de directeur deelt mee dat de schrijver zich met zijn verzoek tot het Gewestelijk Arbeidsbureau moet wenden. Het document is een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de vage typemachineletters op dun papier. Opvallend is het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' in woorden als "Rykswerkkamp" en "Gewestelyk", wat destijds gangbaar was in bepaalde administratieve spellingen.
De brief getuigt van de bureaucratische afhandeling van verzoeken van gevangenen of arbeiders in de werkkampen. De term "alhier" suggereert dat de afzender zich in dezelfde regio bevond als het genoemde Arbeidsbureau, waarschijnlijk in de buurt van het kamp of in een provinciale hoofdstad (zoals Assen).
Historische Context
Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (1942) en werpt licht op het systeem van de Rijkswerkkampen in Nederland onder de Duitse bezetting.
- Rijkswerkkamp Gijzelte: Dit kamp lag nabij Pesse in Drenthe. Oorspronkelijk gebouwd voor de werkverschaffing in de jaren '30, werd het tijdens de bezetting vanaf januari 1942 ingezet voor de internering van Joodse mannen die dwangarbeid moesten verrichten.
- S. Jas: De geadresseerde is hoogstwaarschijnlijk Salomon Jas (geboren 1883), die in 1942 in kamp Gijzelte verbleef. Veel mannen in deze kampen werden in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar gedeporteerd naar vernietigingskampen.
- Historische betekenis: De brief illustreert de schijnbare normaliteit van de correspondentie tussen gevangenen in de werkkampen en de officiële instanties, terwijl op de achtergrond de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties in volle gang waren. Het doorverwijzen naar het Arbeidsbureau benadrukt hoe Joodse dwangarbeiders als louter administratieve eenheden binnen de arbeidsmarktregulering werden behandeld.