Administratieve registratiekaart of dossiernotitie, waarschijnlijk afkomstig van de Joodsche Raad voor Amsterdam of een hiermee verbonden gemeentelijke instantie.
Origineel
Administratieve registratiekaart of dossiernotitie, waarschijnlijk afkomstig van de Joodsche Raad voor Amsterdam of een hiermee verbonden gemeentelijke instantie. Het document bevat diverse data, variërend van maart 1942 tot 3 augustus 1942. [Stempel linksboven]:
BIJBLAD VAN:
M. No. 10/3/'42 194 2
DOORGEZONDEN: 25/7-'42
[Handgeschreven tekst]:
E. Kleerekoper pl. 24
Waterlooplein
St. Antoniushuis . 39^I
br nr 21/33/2 d.d. 3/8/'42 "assistente
aan zoon I.B. Voser toegestaan"
Mededeeling van verzoekster is
niet duidelijk m.i. verwerpen.
V/VII 42
p 29/7 of 31/7 '42
7/20 7
Aan oproeping geen gevolg
gegeven, m.i. opbergen
7 3/8 '42
[Paraaf] 3/8
[Linksonder in druk]:
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft een verzoek van een mevrouw E. Kleerekoper. Zij probeert blijkbaar een status als "assistente" te verkrijgen bij haar zoon, I.B. Voser (of mogelijk Visser), die vermoedelijk werkzaam was of verbleef in het St. Antoniushuis.
* Besluitvorming: De ambtenaar die de kaart bijhoudt, beoordeelt het verzoek als "niet duidelijk" en adviseert om het te "verwerpen" (af te wijzen). De geciteerde zin "assistente aan zoon I.B. Voser toegestaan" lijkt een referentie naar een eerdere brief of bewering van de verzoekster die door de instantie in twijfel wordt getrokken.
* Resultaat: De laatste aantekening is cruciaal: "Aan oproeping geen gevolg gegeven, m.i. opbergen". Dit duidt erop dat de verzoekster niet is komen opdagen na een officiële oproep. In de bureaucratische taal van 1942 betekende dit vaak dat de persoon ofwel was ondergedoken, ofwel reeds op een andere lijst voor deportatie was gezet en afgevoerd. Dit document stamt uit de zomer van 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar kamp Westerbork begonnen. Het St. Antoniushuis was een zorginstelling die in deze periode een rol speelde in de opvang van Joodse zieken en ouderen. Veel Joden probeerden via functies in de zorg of bij de Joodsche Raad een "Sperre" (vrijstelling van deportatie) te krijgen. De afwijzende toon van de ambtenaar ("verwerpen") en het uiteindelijk afsluiten van het dossier ("opbergen") illustreren de genadeloze administratieve afhandeling van Joodse burgers tijdens de bezetting.