Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 491
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage/brief betreffende de uitvoering van anti-Joodse maatregelen.

20 januari 1942

Origineel

Ambtelijke rapportage/brief betreffende de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. 20 januari 1942 18/3/10 M.

S/G.

20 Januari 1942.

Joodsche straathandel.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 16 en 19 dezer om spoedig advies ontvangen stukken no. 94/1 L.H. 1942 en 94/6 L.H. 1942 heb ik de eer U, wat betreft den gang van zaken ten aanzien van den Joodschen straathandel het volgende te berichten.

Ingevolge opdracht van den Burgemeester op 8 Januari jl. is op dienzelfden dag een aanvang gemaakt met het aanzeggen aan de Joodsche venters, dat zij zich zonder verwijl moesten vervoegen bij het Arbeidsbureau en aldaar hun ventvergunning moesten inleveren. Met den Directeur van het Arbeidsbureau is afgesproken, dat hij mij de ingenomen ventvergunningen zou zenden. Daar niet bekend was, welke der ruim 2000 venters Joden zijn, is aanvankelijk uit het kaartregister van mijn dienst een lijst gemaakt van de personen, waarvan vermoed werd, dat zij Joden waren. Inmiddels zijn de namen van alle venters op zoogenaamde bevolkingsbriefjes geplaatst. Deze briefjes zijn bij het Bevolkingsregister ingeleverd en komen thans groepsgewijs weer bij mijn dienst terug. Daarna kan worden nagegaan, welke personen alsnog moeten worden opgeroepen en die, welke nog niet aan de oproeping hebben voldaan; dit laatste door vergelijking met den staat van ingenomen ventvergunningen, welke, met de ventvergunningen, van het Arbeidsbureau zijn ontvangen.

Van het innemen van de ventvergunning zijn, krachtens nader van U ontvangen opdracht, uitgesloten de lompenventers en de vrouwelijke venters. Overigens zijn of worden alsnog alle ventvergunningen van Joden ingenomen.

Het is mij inmiddels gebleken, dat het Arbeidsbureau in afwijking met de dezerzijds met den Directeur van dit bureau gemaakte afspraak, aan de Joodsche venters, welke na hun melding aan het Arbeidsbureau waren gekeurd, voor zoover zij werden afgekeurd, de ventvergunningen weer ter hand zijn gesteld. Deze ventvergunningen zullen thans weer worden achterhaald. Overigens wordt door de Politie op den openbaren weg toezicht gehouden, dat door Joodsche kooplieden

--- Dit document is een ambtelijk verslag over de systematische uitsluiting van Joodse burgers van de straathandel in januari 1942. Enkele cruciale observaties:

  • Systematische identificatie: Het document illustreert hoe de bureaucratie werd ingezet. Omdat men niet direct wist wie van de 2000 venters Joods was, werd het Bevolkingsregister ingeschakeld om via "bevolkingsbriefjes" de identiteit en afkomst te controleren.
  • Samenwerking van instanties: De uitsluiting was een gecoördineerde actie tussen de Burgemeester, de Wethouder, het Arbeidsbureau, het Bevolkingsregister en de Politie.
  • Uitzonderingen: Er wordt melding gemaakt van tijdelijke uitzonderingen voor "lompenventers" (waarschijnlijk vanwege het economisch belang van recycling voor de oorlogsvoering) en vrouwelijke venters.
  • Bureaucracy in actie: De schrijver merkt een "fout" op: het Arbeidsbureau had vergunningen teruggegeven aan Joden die medisch waren afgekeurd voor dwangarbeid. De schrijver benadrukt dat deze vergunningen alsnog "achterhaald" (ingenomen) zullen worden, wat duidt op een rigoureuze uitvoering van de isolatiemaatregelen.

--- De brief is gedateerd op 20 januari 1942, saillant genoeg exact de dag van de beruchte Wannsee-conferentie, waar de nazi-top de praktische uitvoering van de Holocaust besprak. In Nederland was de bezetter in deze periode bezig met het volledig sociaaleconomisch isoleren van de Joodse bevolking.

Door het innemen van ventvergunningen werd een grote groep Joodse Nederlanders (voornamelijk in Amsterdam, waar de straathandel een belangrijke bron van inkomsten was voor de armere Joodse bevolking) in één klap hun broodwinning ontnomen. Dit dwong hen in de richting van de werkverschaffing of maakte hen volledig afhankelijk van de Joodse Raad, wat de uiteindelijke deportatie faciliteerde. De genoemde M. Sieburgh was een hoge ambtenaar bij de gemeente Amsterdam die nauw betrokken was bij de uitvoering van deze verordeningen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de systematische uitsluiting van Joodse burgers van de straathandel in januari 1942. Enkele cruciale observaties:

  • Systematische identificatie: Het document illustreert hoe de bureaucratie werd ingezet. Omdat men niet direct wist wie van de 2000 venters Joods was, werd het Bevolkingsregister ingeschakeld om via "bevolkingsbriefjes" de identiteit en afkomst te controleren.
  • Samenwerking van instanties: De uitsluiting was een gecoördineerde actie tussen de Burgemeester, de Wethouder, het Arbeidsbureau, het Bevolkingsregister en de Politie.
  • Uitzonderingen: Er wordt melding gemaakt van tijdelijke uitzonderingen voor "lompenventers" (waarschijnlijk vanwege het economisch belang van recycling voor de oorlogsvoering) en vrouwelijke venters.
  • Bureaucracy in actie: De schrijver merkt een "fout" op: het Arbeidsbureau had vergunningen teruggegeven aan Joden die medisch waren afgekeurd voor dwangarbeid. De schrijver benadrukt dat deze vergunningen alsnog "achterhaald" (ingenomen) zullen worden, wat duidt op een rigoureuze uitvoering van de isolatiemaatregelen.

Historische Context

De brief is gedateerd op 20 januari 1942, saillant genoeg exact de dag van de beruchte Wannsee-conferentie, waar de nazi-top de praktische uitvoering van de Holocaust besprak. In Nederland was de bezetter in deze periode bezig met het volledig sociaaleconomisch isoleren van de Joodse bevolking.

Door het innemen van ventvergunningen werd een grote groep Joodse Nederlanders (voornamelijk in Amsterdam, waar de straathandel een belangrijke bron van inkomsten was voor de armere Joodse bevolking) in één klap hun broodwinning ontnomen. Dit dwong hen in de richting van de werkverschaffing of maakte hen volledig afhankelijk van de Joodse Raad, wat de uiteindelijke deportatie faciliteerde. De genoemde M. Sieburgh was een hoge ambtenaar bij de gemeente Amsterdam die nauw betrokken was bij de uitvoering van deze verordeningen.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1