Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 492
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie), Bladzijde 2.

20 januari 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie), Bladzijde 2. 20 januari 1942. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 18/3/10 N. d.d. 20 Januari 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

geen straathandel meer wordt uitgeoefend. Hierop hebben betrekking de beide diensttelegrammen der Politie d.d. 13 en 15 Januari jl., waarvan ik U hierbij afschrift doe toekomen.
Van de venters welke geen vaste plaats op een der Joodsche markten hebben, zullen de toegangsbewijzen tot de Centrale Markt en de Vischmarkt, voor zoover zij in het bezit daarvan waren, worden ingetrokken. Van de maatregelen ten aanzien van de joodsche straathandel zijn, blijkens dezerzijds van de Burgemeester ontvangen mededeeling, de houders van plaatsen op de joodsche markten en de houders van vaste standplaatsen uitgesloten. Ter zake van deze laatste (van welke groep ook sprake is in de hierbij overgelegde politie telegrammen) zie ik gaarne van U zoo mogelijk spoedig nadere instructie tegemoet.

  Ten aanzien van de in de brieven van den Beauftragte voor de stad Amsterdam d.d. 10 en 13 Januari 1942 genoemde venters kan ik U nog het volgende mededeelen.
  **A. Dotsch** is destijds ventvergunning serie 6 no. 58 verleend en behoort tot de venters, die dezerzijds op 8 en 9 Januari zijn aangeschreven om zich bij het Gewestelijk Arbeidsbureau te melden.
  **M. Buelheim** is alleen in het bezit van een standplaatsvergunning en is dus dezerzijds niet aangeschreven.
  **A. Aalsvelder** destijds ventvergunning serie 1 no. 6 verleend en behoort tot de venters, die dezerzijds op 8 en 9 Januari zijn aangeschreven om zich bij het Gewestelijk Arbeidsbureau te melden.
  **D. de Laay** is destijds ventvergunning serie B.Z. no. 224 verleend en is dezerzijds in eerste instantie niet aangeschreven. De betreffende contrôleur heeft dezen venter blijkbaar niet als een Jood gekend. Wat betreft de vrouw van D. de Laay, **E. de Laay diene**, dat zij in het bezit is van ventvergunning serie 25 no. 123; het is dus mogelijk, dat zij deze vergunning had vergeten.
  **M. Koopman** is destijds ventvergunning serie 11 no. 177 verleend en behoort tot de venters, die dezerzijds op 8 en 9 Januari zijn aangeschreven.

  De ventvergunningen, standplaatsvergunningen en marktkaarten zijn door mij gehouden en zullen worden gevoegd bij die, welke door de Joodsche straathandelaren zijn ingeleverd. Het persoonsbewijs, de "legitimatiekaart L.B.D.", het notitieboekje en eenige foto's van M. Koopman doe ik U hierbij weder toekomen. Ik moge aan Uw oordeel overlaten, welke van deze bescheiden aan den man behooren te worden teruggegeven. De erkenningskaart der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale zal mijnerzijds aan deze Centrale worden gezonden, met verzoek voor intrekking te doen zorgdragen.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk verslag over de systematische uitsluiting van Joodse burgers van de Amsterdamse markten en straathandel in het begin van 1942. Het document illustreert de nauwe samenwerking tussen het gemeentebestuur (Marktwezen), de politie en de Duitse bezettingsautoriteiten (de Beauftragte).

Belangrijke elementen in de tekst:
1. Bureaucratische uitsluiting: Het intrekken van vergunningen en toegangsbewijzen voor de Centrale Markt en Vismarkt was een effectieve methode om Joden hun bron van inkomsten te ontnemen.
2. Arbeidsinzet: De verwijzing naar het 'Gewestelijk Arbeidsbureau' waar venters (Dotsch, Aalsvelder, Koopman) zich moesten melden, duidt op de voorbereiding van de gedwongen tewerkstelling.
3. Identificatie: De passage over D. de Laay is opvallend; de controleur herkende hem aanvankelijk niet als Jood, wat aangeeft dat de segregatie op dat moment nog afhankelijk was van menselijke waarneming of de (nieuwe) registratie in het bevolkingsregister.
4. Inbeslagname van eigendommen: Naast zakelijke documenten (vergunningen) werden ook persoonlijke bezittingen ingenomen, zoals het persoonsbewijs en foto's. Januari 1942 markeert een kantelpunt in de Jodenvervolging in Nederland. Terwijl in Berlijn de Wannseeconferentie (20 januari 1942, exact de datum van deze brief) plaatsvond om de "definitieve oplossing" te organiseren, was de Amsterdamse bureaucratie op lokaal niveau bezig met de volledige economische isolatie van de Joodse bevolking.

De genoemde namen (Dotsch, Buelheim, Aalsvelder, De Laay, Koopman) zijn niet zomaar dossiers; het zijn individuen wiens levensonderhoud hier per brief wordt vernietigd. De term "Joodsche markten" verwijst naar de door de bezetter aangewezen plekken waar Joden nog wel mochten handelen, een vorm van gettoisering van de handel voordat de deportaties op grote schaal begonnen in de zomer van 1942.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de systematische uitsluiting van Joodse burgers van de Amsterdamse markten en straathandel in het begin van 1942. Het document illustreert de nauwe samenwerking tussen het gemeentebestuur (Marktwezen), de politie en de Duitse bezettingsautoriteiten (de Beauftragte).

Belangrijke elementen in de tekst:
1. Bureaucratische uitsluiting: Het intrekken van vergunningen en toegangsbewijzen voor de Centrale Markt en Vismarkt was een effectieve methode om Joden hun bron van inkomsten te ontnemen.
2. Arbeidsinzet: De verwijzing naar het 'Gewestelijk Arbeidsbureau' waar venters (Dotsch, Aalsvelder, Koopman) zich moesten melden, duidt op de voorbereiding van de gedwongen tewerkstelling.
3. Identificatie: De passage over D. de Laay is opvallend; de controleur herkende hem aanvankelijk niet als Jood, wat aangeeft dat de segregatie op dat moment nog afhankelijk was van menselijke waarneming of de (nieuwe) registratie in het bevolkingsregister.
4. Inbeslagname van eigendommen: Naast zakelijke documenten (vergunningen) werden ook persoonlijke bezittingen ingenomen, zoals het persoonsbewijs en foto's.

Historische Context

Januari 1942 markeert een kantelpunt in de Jodenvervolging in Nederland. Terwijl in Berlijn de Wannseeconferentie (20 januari 1942, exact de datum van deze brief) plaatsvond om de "definitieve oplossing" te organiseren, was de Amsterdamse bureaucratie op lokaal niveau bezig met de volledige economische isolatie van de Joodse bevolking.

De genoemde namen (Dotsch, Buelheim, Aalsvelder, De Laay, Koopman) zijn niet zomaar dossiers; het zijn individuen wiens levensonderhoud hier per brief wordt vernietigd. De term "Joodsche markten" verwijst naar de door de bezetter aangewezen plekken waar Joden nog wel mochten handelen, een vorm van gettoisering van de handel voordat de deportaties op grote schaal begonnen in de zomer van 1942.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1