Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 506
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

27 januari 1942.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 27 januari 1942. [Linksboven:]
VD/HG.
18/3/19 M.
1

[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller

[Rechtsboven, stempel/aantekening:]
Verzonden 28/1

[Datum:]
27 Januari 1942.

[Onderwerp:]
Vergoeding voor Joodsche
hulpmarkten.

[Adres:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

[Tekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 14 November jl. om advies ontvangen stuk, waarvan de behandeling is vertraagd, doordat enkele opmetingen moesten worden verricht, heb ik de eer U te berichten, dat het mij in principe ongewenscht voorkomt, dat het Marktwezen voor het gebruik maken van Gemeentegrond voor het houden van markten een vergoeding betaalt.

Door de daaraan gegeven bestemming is de betreffende grond als het ware openbare grond geworden, zoodat ten aanzien daarvan mijne inziens op dezelfde wijze dient te worden gehandeld als ten opzichte van de overige openbare gronden, waar markten worden gehouden, dat wil zeggen, dat geen vergoeding aan het Marktwezen wordt in rekening gebracht.

Ik wijs er in dit verband op, dat de Afdeeling Onderwijs op de Centrale Markt sedert 15 October 1934 als sportterrein in gebruik heeft een gedeelte van het reserveterrein groot 10.000 m2., waarvoor krachtens Besluit van den Regeeringscommissaris d.d. 16 Mei 1941 No.416 L.M.1940 sedert 1 Januari 1941 de zeer matige vergoeding wordt betaald van ƒ 250,- per jaar. De oppervlakte van de speeltuinen, waar thans Joodsche markten worden gehouden is:

Waterlooplein ca. 1.656 m2.
Gaaspstraat ca. 4.185 m2.
Joubertstraat ca. 2.663 m2.


Totaal 8.504 m2.

Zooals U bekend is, is verder een gedeelte van den speeltuin aan de Joubertstraat afgescheiden van het marktterrein, zoodat dit terrein voor een belangrijk deel als speeltuin is gehandhaafd.(vide hieromtrent den brief van den Burgemeester aan het Bestuur van het Amsterdamsch Speeltuinverbond d.d. 18 December 1941 No.1096 L.M.1941). * Kern van het document: Het document is een intern advies aan de wethouder voor Levensmiddelen over de financiële afwikkeling van het gebruik van gemeentegrond voor zogenaamde "Joodsche hulpmarkten". De opsteller betoogt dat het Marktwezen geen vergoeding aan de gemeente hoeft te betalen voor het gebruik van deze terreinen, omdat ze door hun nieuwe functie feitelijk "openbare grond" zijn geworden.
* Locaties: Er worden drie specifieke locaties genoemd waar deze markten zijn ingericht: het Waterlooplein (in de oude Jodenbuurt) en de Gaaspstraat en Joubertstraat (beide in de Transvaalbuurt). Dit waren locaties met een hoge concentratie Joodse bewoners.
* Juridische/Financiële context: Er wordt verwezen naar een besluit van de "Regeeringscommissaris" van mei 1941. De term Regeringscommissaris duidt op de nationaalsocialistische herstructurering van het openbaar bestuur; Amsterdam werd in deze periode bestuurd door de pro-Duitse burgemeester E.J. Voute.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat de banaliteit van de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in die tijd onderstreept. Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. In de loop van 1941 voerden de Duitse bezetters steeds meer beperkende maatregelen in voor Joden. In september 1941 werd het Joden verboden om markten te bezoeken of daar handel te drijven, behalve op specifiek aangewezen locaties.

De in dit document genoemde "Joodsche hulpmarkten" waren onderdeel van deze segregatie. Door Joden te dwingen hun inkopen te doen op afgezonderde markten in hun eigen buurten, werden zij fysiek en sociaal geïsoleerd van de rest van de Amsterdamse bevolking. De genoemde locaties in de Transvaalbuurt (Gaaspstraat/Joubertstraat) zijn veelzeggend, aangezien deze buurt door de bezetter was aangewezen als een van de 'Joodse wijken'.

Het document illustreert hoe de Amsterdamse bureaucratie de logistieke en financiële details van de uitsluitingspolitiek afhandelde alsof het een normale administratieve kwestie betrof. Kort na dit document, vanaf het voorjaar van 1942, begon de grootschalige deportatie van de Joodse bevolking vanuit deze wijken naar de concentratie- en vernietigingskampen.

Samenvatting

  • Kern van het document: Het document is een intern advies aan de wethouder voor Levensmiddelen over de financiële afwikkeling van het gebruik van gemeentegrond voor zogenaamde "Joodsche hulpmarkten". De opsteller betoogt dat het Marktwezen geen vergoeding aan de gemeente hoeft te betalen voor het gebruik van deze terreinen, omdat ze door hun nieuwe functie feitelijk "openbare grond" zijn geworden.
  • Locaties: Er worden drie specifieke locaties genoemd waar deze markten zijn ingericht: het Waterlooplein (in de oude Jodenbuurt) en de Gaaspstraat en Joubertstraat (beide in de Transvaalbuurt). Dit waren locaties met een hoge concentratie Joodse bewoners.
  • Juridische/Financiële context: Er wordt verwezen naar een besluit van de "Regeeringscommissaris" van mei 1941. De term Regeringscommissaris duidt op de nationaalsocialistische herstructurering van het openbaar bestuur; Amsterdam werd in deze periode bestuurd door de pro-Duitse burgemeester E.J. Voute.
  • Toon: De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat de banaliteit van de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in die tijd onderstreept.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. In de loop van 1941 voerden de Duitse bezetters steeds meer beperkende maatregelen in voor Joden. In september 1941 werd het Joden verboden om markten te bezoeken of daar handel te drijven, behalve op specifiek aangewezen locaties.

De in dit document genoemde "Joodsche hulpmarkten" waren onderdeel van deze segregatie. Door Joden te dwingen hun inkopen te doen op afgezonderde markten in hun eigen buurten, werden zij fysiek en sociaal geïsoleerd van de rest van de Amsterdamse bevolking. De genoemde locaties in de Transvaalbuurt (Gaaspstraat/Joubertstraat) zijn veelzeggend, aangezien deze buurt door de bezetter was aangewezen als een van de 'Joodse wijken'.

Het document illustreert hoe de Amsterdamse bureaucratie de logistieke en financiële details van de uitsluitingspolitiek afhandelde alsof het een normale administratieve kwestie betrof. Kort na dit document, vanaf het voorjaar van 1942, begon de grootschalige deportatie van de Joodse bevolking vanuit deze wijken naar de concentratie- en vernietigingskampen.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1