Ambtelijk concept of brief (met handmatige correcties).
Origineel
Ambtelijk concept of brief (met handmatige correcties). 23 januari 1942. [Linksboven:]
Vergoeding voor Joodsche hulp-markten.
[Rechtsboven:]
A’dam, 23/1 1942
W. h. M.
[Rood stempel: 10/3/19??]
[Handgeschreven: 27/1/42]
Onder terugzending van het met uw kantbrief dd. 14 Nov. jl. om advies ontvangen stuk, waarvan de behandeling is vertraagd, doordat enkele opmetingen moesten worden verricht, heb ik de eer u te berichten, dat het mij [tussenvoeging: in principe gewenscht] voorkomt, dat het Marktwezen voor het gebruik maken van gemeentegrond voor het houden van markten een vergoeding betaalt. [Doorgehaald: Ik wijs er hierbij op, dat het Marktwezen tot dusver voor dit doel...]
[Doorgehaald tekstblok met groot kruis:]
hoe-vroeg nimmer eenige vergoeding voor het gebruik maken van openbaren gemeentegrond voor het houden van algemeene dag- en weekmarkten heeft betaald aan een andere gemeentelijke tak van dienst heeft betaald. De aan het houden van straatmarkten verbonden kosten (o.a. de reiniging e.d.) worden uiteindelijk verantwoord op post van de gemeentebegrooting.
[Vervolg tekst onder het kruis:]
Indien derhalve de Afdeeling Onderwijs in het onderhavige – een bijzonder geval – een vergoeding dient te ontvangen, lijkt het mij gewenscht, dat dit op bovenvermelde begrootingspost wordt verantwoord.
[Kantlijn links, verticaal geschreven:]
Door de daaraan gegeven bestemming is de betreffende grond als openbare grond gewijd, zodat de aanvraag deswege op dezelfde wijze dient te worden behandeld als de reiniging van openbare grond en markten. Dit document is een ambtelijk schrijven uit de koker van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de correspondentie is een discussie over de administratieve en financiële afhandeling van de zogeheten "Joodsche hulpmarkten".
Er is een juridisch-administratieve worsteling zichtbaar: normaal gesproken betaalt de dienst Marktwezen geen vergoeding aan andere gemeentelijke afdelingen voor het gebruik van openbare grond. Echter, omdat de grond in dit geval blijkbaar onder de "Afdeeling Onderwijs" valt (mogelijk een schoolplein of terrein behorend bij een schoolgebouw), wordt voorgesteld om dit als een "bijzonder geval" te beschouwen en toch een vergoeding te betalen, die vervolgens op de begroting moet worden verantwoord. De grote doorhaling in het midden suggereert een herziening van de argumentatie tijdens het opstellen van de brief. De context van dit document is wrang en illustratief voor de bureaucratische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters vergaande beperkingen in: Joden werden verbannen uit openbare parken en van reguliere markten.
Om de Joodse bevolking toch de gelegenheid te geven handel te drijven en boodschappen te doen (en om hen fysiek verder te segregeren van de rest van de bevolking), werden er specifieke "Joodsche markten" ingesteld op aangewezen plekken, vaak op pleinen of terreinen die uit het publieke zicht lagen. Dit document laat zien dat de gemeente Amsterdam deze segregatie op een uiterst zakelijke, bijna banale administratieve wijze afhandelde, waarbij de focus lag op de begrotingsposten en de vergoeding tussen gemeentelijke afdelingen, terwijl de menselijke tragedie van de uitsluiting de feitelijke aanleiding was.