Getypt bericht/kennisgeving (mogelijk een doorslag of stencil).
Origineel
Getypt bericht/kennisgeving (mogelijk een doorslag of stencil). Vanaf heden is alle straathandel (met uitzondering van het
opkoopen van lompen en oud ijzer) aan Joden verboden. De ventvergunningen
der Joden zijn ingenomen. Indien een Jood nog met straathandel, bijvoor-
beeld met bloemen of fruit zal worden aangetroffen, moet identiteit worden
vastgesteld en een mededeeling hieromtrent worden ingezonden (aan het
Hoofdbureau).
Commissaris Orde Politie. Dit document is een officiële politieverordening die een direct verbod instelt op straathandel voor de Joodse bevolking. De tekst is zakelijk en administratief van aard, maar de inhoud is diep discriminerend en uitsluitend.
Enkele opvallende punten:
* Economische uitsluiting: Door het intrekken van ventvergunningen wordt een grote groep mensen direct in hun levensonderhoud getroffen. Straathandel was een veelvoorkomend beroep onder de armere Joodse bevolking.
* Uitzondering: De uitzondering voor het opkopen van "lompen en oud ijzer" is kenmerkend. Dit werd gezien als laagwaardig werk dat voorlopig nog toegestaan bleef, terwijl de handel in "mooie" producten zoals bloemen en fruit direct werd verboden.
* Controle en handhaving: De politie krijgt expliciete instructies om de identiteit van overtreders vast te stellen en hiervan melding te maken bij het Hoofdbureau. Dit wijst op de registratie en toenemende controle op Joodse burgers.
* Terminologie: Het gebruik van de hoofdletter "J" in "Joden" was in die tijd de standaard spelling, maar krijgt in de context van deze verordening een extra lading als aanduiding van een apart gezette groep. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Het is een voorbeeld van de stapsgewijze isolatie van de Joodse bevolking, ook wel de "Entjudung" (ontjoodsing) van het openbare en economische leven genoemd.
Specifiek verbod op straathandel voor Joden werd in veel Nederlandse steden (met name Amsterdam) uitgevaardigd in het voorjaar van 1941 (maart/april). Dit volgde kort op de eerste grote razzia's en de Februaristaking. De bezetter wilde de Joodse invloed op de markten en in de straten volledig uitwissen.
Het feit dat het bevel uitgaat van de "Commissaris Orde Politie" illustreert de rol van het Nederlandse politieapparaat bij de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Dergelijke mededelingen werden vaak verspreid via interne politiebladen of dagsignalen om agenten op straat te instrueren. Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Dit document is een officiële politieverordening die een direct verbod instelt op straathandel voor de Joodse bevolking. De tekst is zakelijk en administratief van aard, maar de inhoud is diep discriminerend en uitsluitend.
Enkele opvallende punten:
* Economische uitsluiting: Door het intrekken van ventvergunningen wordt een grote groep mensen direct in hun levensonderhoud getroffen. Straathandel was een veelvoorkomend beroep onder de armere Joodse bevolking.
* Uitzondering: De uitzondering voor het opkopen van "lompen en oud ijzer" is kenmerkend. Dit werd gezien als laagwaardig werk dat voorlopig nog toegestaan bleef, terwijl de handel in "mooie" producten zoals bloemen en fruit direct werd verboden.
* Controle en handhaving: De politie krijgt expliciete instructies om de identiteit van overtreders vast te stellen en hiervan melding te maken bij het Hoofdbureau. Dit wijst op de registratie en toenemende controle op Joodse burgers.
* Terminologie: Het gebruik van de hoofdletter "J" in "Joden" was in die tijd de standaard spelling, maar krijgt in de context van deze verordening een extra lading als aanduiding van een apart gezette groep.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Het is een voorbeeld van de stapsgewijze isolatie van de Joodse bevolking, ook wel de "Entjudung" (ontjoodsing) van het openbare en economische leven genoemd.
Specifiek verbod op straathandel voor Joden werd in veel Nederlandse steden (met name Amsterdam) uitgevaardigd in het voorjaar van 1941 (maart/april). Dit volgde kort op de eerste grote razzia's en de Februaristaking. De bezetter wilde de Joodse invloed op de markten en in de straten volledig uitwissen.
Het feit dat het bevel uitgaat van de "Commissaris Orde Politie" illustreert de rol van het Nederlandse politieapparaat bij de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Dergelijke mededelingen werden vaak verspreid via interne politiebladen of dagsignalen om agenten op straat te instrueren.