Getypte mededeling/vervolg op een telegram.
Origineel
Getypte mededeling/vervolg op een telegram. Commandant Orde-Politie. Vervolg telegram-
Ten vervolge op telegram van 13 Januari betreffende den straathandel van Joden en Jodinnen wordt alsnog de aandacht erop gevestigd, dat ook het innemen van standplaatsen door Joden en Jodinnen onder het in het telegram vervatte verbod is begrepen. Eveneens mogen aan Joden geen ysvergunningen worden verleend. De Jodenmarkten Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat blyven uiteraard bestendigd.
Commandant Orde-Politie. Dit document is een ambtelijke verduidelijking van een eerder verzonden bevel (het telegram van 13 januari). De kernpunten zijn:
* Uitbreiding verbod: Het eerdere verbod op straathandel voor Joden wordt expliciet uitgebreid naar het innemen van vaste standplaatsen.
* Specifieke uitsluiting: Er mogen geen "ysvergunningen" (ijsvergunningen) meer aan Joden worden verleend. Dit wijst op de systematische economische uitsluiting van de Joodse bevolking.
* Segregatie: De tekst noemt drie specifieke locaties (Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat) waar de "Jodenmarkten" voorlopig gehandhaafd blijven. Dit was een bewuste strategie van de bezetter om de Joodse handel te isoleren en te controleren binnen aangewezen gebieden.
* Terminologie: Het gebruik van de termen "Joden en Jodinnen" is typerend voor de administratieve taal van de nazi-bezetter en de collaborerende instanties om de doelgroep strikt te definiëren. Het document dateert zeer waarschijnlijk uit het begin van 1941 of 1942, de periode waarin de Duitse bezetter in Nederland in hoog tempo anti-Joodse maatregelen invoerde. De genoemde markten in Amsterdam (Waterlooplein in het centrum, Joubertstraat en Gaaspstraat in Amsterdam-Oost) werden in februari 1941 aangewezen als de enige plekken waar Joodse handelaren nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
De "Commandant Orde-Politie" was een hoge functionaris binnen het politieapparaat dat onder direct toezicht stond van de Duitse Ordnungspolizei. Dergelijke documenten illustreren de actieve rol van de (Amsterdamse) politie bij het handhaven van de isolatie en economische beroving van de Joodse gemeenschap, wat een directe opmaat vormde naar de latere deportaties.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke verduidelijking van een eerder verzonden bevel (het telegram van 13 januari). De kernpunten zijn:
* Uitbreiding verbod: Het eerdere verbod op straathandel voor Joden wordt expliciet uitgebreid naar het innemen van vaste standplaatsen.
* Specifieke uitsluiting: Er mogen geen "ysvergunningen" (ijsvergunningen) meer aan Joden worden verleend. Dit wijst op de systematische economische uitsluiting van de Joodse bevolking.
* Segregatie: De tekst noemt drie specifieke locaties (Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat) waar de "Jodenmarkten" voorlopig gehandhaafd blijven. Dit was een bewuste strategie van de bezetter om de Joodse handel te isoleren en te controleren binnen aangewezen gebieden.
* Terminologie: Het gebruik van de termen "Joden en Jodinnen" is typerend voor de administratieve taal van de nazi-bezetter en de collaborerende instanties om de doelgroep strikt te definiëren.
Historische Context
Het document dateert zeer waarschijnlijk uit het begin van 1941 of 1942, de periode waarin de Duitse bezetter in Nederland in hoog tempo anti-Joodse maatregelen invoerde. De genoemde markten in Amsterdam (Waterlooplein in het centrum, Joubertstraat en Gaaspstraat in Amsterdam-Oost) werden in februari 1941 aangewezen als de enige plekken waar Joodse handelaren nog mochten staan, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
De "Commandant Orde-Politie" was een hoge functionaris binnen het politieapparaat dat onder direct toezicht stond van de Duitse Ordnungspolizei. Dergelijke documenten illustreren de actieve rol van de (Amsterdamse) politie bij het handhaven van de isolatie en economische beroving van de Joodse gemeenschap, wat een directe opmaat vormde naar de latere deportaties.