Handgeschreven concept of minuut voor een telegram/instructie.
Origineel
Handgeschreven concept of minuut voor een telegram/instructie. [Rechtsboven:] 5 ex
[Onderstreept]
Vervolg telegram.
Ter vervolge op telegram
v. 13 Jan betreffende
de straathandel v.
Joden – Jodinnen
wordt alsnog de
aandacht er op ge-
vestigd, dat ook
het innemen van stand-
plaatsen door Joden –
Jodinnen onder het in
het telegram vervatte
verbod is begrepen.
Eveneens mogen aan
Joden geen ijsvergun-
ningen worden verleend.
De joodsche markten W. C. plein [Waterlooplein]
Joubertstraat – Gaaspstraat
blijven uiteraard buiten
schot.
[Rechtsonder:] Comst ordepolitie Dit document is een ambtelijke instructie, waarschijnlijk afkomstig van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie (Gezagvoerder of Commissaris van de Ordepolitie). Het dient als verduidelijking op een eerder verzonden telegram over het verbod op straathandel voor Joodse burgers.
De tekst specificeert drie belangrijke punten:
1. Uitbreiding van het begrip: Het verbod op straathandel geldt expliciet ook voor het innemen van vaste standplaatsen.
2. Specifiek verbod: Er mogen geen nieuwe vergunningen voor de verkoop van ijs meer worden verleend aan Joden.
3. Uitzonderingen: De drie aangewezen "Joodsche markten" (Waterlooplein, Joubertstraat en Gaaspstraat) blijven vooralsnog "buiten schot", wat betekent dat Joodse handelaren daar op dat moment nog wel hun beroep mochten uitoefenen.
Het handschrift is een typisch zakelijk cursieverend schrift uit de vroege 20e eeuw, waarbij afkortingen zoals "v." (van) en "Comst" (Commissaris) gebruikelijk waren. Dit document markeert een specifieke fase in de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In januari 1941 intensiveerde de bezetter, in samenwerking met collaborerende overheidsinstanties, de economische isolatie van de Joodse bevolking.
Door Joden te verbieden deel te nemen aan de reguliere straathandel en hen te beperken tot specifiek aangewezen "Joodse markten", werd de segregatie in het openbare leven afgedwongen. De genoemde locaties (Waterlooplein in het centrum, Joubertstraat en Gaaspstraat in Amsterdam-Oost) waren plekken met een grote Joodse populatie. Deze maatregelen waren de opmaat naar de volledige uitsluiting van Joden uit het economisch verkeer en de uiteindelijke deportaties. De "Ordepolitie" speelde een cruciale uitvoerende rol bij het handhaven van deze discriminerende verordeningen.