Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 10/3/34 1942
DOORGEZONDEN: 30/1-'42.
[Handgeschreven midden/links:]
Heeft uitgevoerd
voor C.M.
2/2-'42 [onleesbare paraaf]
Mr. de Vries.
S.v.p. nagaan of Gobits nog
andere vergunningen heeft
(vent-, standplaatsverg. enz.).
4/2-'42 [paraaf]
[Handgeschreven rechtsboven:]
(10) 159
ni. aantekenen
en Th. Broesse
v.v.m. toegang C.M.
erkenningskaart zenden
aan N.I.G.
(Zie m. briefje)
D
[rood merkteken]
[Handgeschreven rechtsonder:]
Geen ventverg.
Geen standpl. verg.
Geen marktpl. verg.
5/2'42
[paraaf]
5/2 '42
[Handgeschreven linksonder:]
Erk. krt naar Ned. Isr. Gem.
5/2-'42 [paraaf]
leg. kaart C.M. naar
kantonalen
6/3-'42 [paraaf]
[Onderaan gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een verslag van ambtelijke handelingen met betrekking tot een persoon genaamd Gobits. In opdracht van "Mr. de Vries" is er gecontroleerd of deze persoon nog in het bezit was van markt-, vent- of standplaatsvergunningen. De bevinding rechtsonder luidt driemaal "Geen", wat aangeeft dat deze persoon geen actieve handelsvergunningen meer had. Verder wordt er gerefereerd aan het verzenden van een "erkenningskaart" naar de N.I.G. (Nederlands-Israëlietische Gemeente). De afkorting "C.M." komt meerdere malen voor en kan in deze context duiden op een 'Contactcommissie' of een specifieke 'Centrale Melding' afdeling. De datering (januari-maart 1942) en de vermelding van de N.I.G. plaatsen dit document in de context van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland. Tijdens deze periode werden Joodse burgers stelselmatig geregistreerd en uitgesloten van het economisch leven. Het controleren en intrekken van vergunningen voor straathandel was een methode om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen. De administratieve afhandeling (het doorsturen van kaarten naar de Joodse gemeente en andere instanties) is kenmerkend voor de wijze waarop de Nederlandse bureaucratie onder Duitse bezetting de uitsluiting van de Joodse bevolking formaliseerde. M. No Politie
Samenvatting
Het document is een verslag van ambtelijke handelingen met betrekking tot een persoon genaamd Gobits. In opdracht van "Mr. de Vries" is er gecontroleerd of deze persoon nog in het bezit was van markt-, vent- of standplaatsvergunningen. De bevinding rechtsonder luidt driemaal "Geen", wat aangeeft dat deze persoon geen actieve handelsvergunningen meer had. Verder wordt er gerefereerd aan het verzenden van een "erkenningskaart" naar de N.I.G. (Nederlands-Israëlietische Gemeente). De afkorting "C.M." komt meerdere malen voor en kan in deze context duiden op een 'Contactcommissie' of een specifieke 'Centrale Melding' afdeling.
Historische Context
De datering (januari-maart 1942) en de vermelding van de N.I.G. plaatsen dit document in de context van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland. Tijdens deze periode werden Joodse burgers stelselmatig geregistreerd en uitgesloten van het economisch leven. Het controleren en intrekken van vergunningen voor straathandel was een methode om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen. De administratieve afhandeling (het doorsturen van kaarten naar de Joodse gemeente en andere instanties) is kenmerkend voor de wijze waarop de Nederlandse bureaucratie onder Duitse bezetting de uitsluiting van de Joodse bevolking formaliseerde.